Na winst in de Gorcumse Literatuurprijs en acht andere nominaties, heb ik nu nominatie nummer 10 en winst nummer 2 op zak. De opdracht was duidelijk, beschrijf in maximaal 1000 woorden "Die ene zomer". Ik ging voor een mix van fictie en werkelijkheid. Ik greep zelf de zomer van 1988 om iemand anders te worden dan ik was in het middelbaar. Aangezien ik in oktober naar de universiteit zou gaan in Gent, was het daar het unieke moment voor. De ontmoeting met het meisje is verzonnen, maar ik heb het verhaal wel laten nalezen door een ervaringsdeskundige voor ik het inzond.

Rups-wordt-pop-wordt-vlinder

Die ene zomer verlangde ik minder naar de zomer zelf dan naar wat erop volgen zou. Mijn verjaardag was onopgemerkt voorbijgegaan. Ik ben geboren in juni; achttien worden vierde ik liever niet tussen twee examens in. Bovendien had ik niet genoeg vrienden om een feestje mee te bouwen.

Ik groeide op in een tijd waarin jongens en meisjes van hun zesde tot hun achttiende levensjaar in aparte jongens- en meisjesscholen aan onderwijs onderworpen werden. Eén voor één was ik mijn beste vrienden verloren aan hun vriendin. Zelf had ik geen lief. Ik was wel al verliefd geweest, maar meestal vanop een veilige afstand. Eén keer had ik aan een meisje mijn liefde verklaard. Toen ze in een lach schoot en droogjes meldde dat de interesse niet wederzijds was, sneed haar afwijzing zo diep door mijn ziel dat mijn lichaam er pijn van deed.

Die ene zomer was mijn overgangszomer. Erna zou alles anders zijn; daar was ik van overtuigd. Ik zou naar de universiteit gaan, op ka­mers in een grote stad die volledig nieuw voor me was. Ik was doods­bang voor het onbekende, maar de onuitgesproken beloftes van een nieuw begin hielpen me vast wel over de drempel. Ik zou mezelf her­uitvinden. Op mijn achttiende verjaardag was ik, een onbeduidende rups, veranderd in een pop; na de zomer zou ik als vlinder herboren worden.

Smartphones bestonden nog niet; het internet had nog geen toegang gevonden tot de huiskamer. Ik vulde mijn dagen van emotionele lethargie met nietsdoen en het lezen van boeken.
Op een dag die identiek was aan de vorige, vroeg mijn moeder: 'Ga je morgen naar het buurtfeest?'
Ik haalde mijn schouders op.
'Is dat een ja of een nee?' vroeg mijn moeder.
Ik zei dat ik het nog niet wist.
'Ik had het er net over met mevrouw Verlinde,' vervolgde mijn moeder die het onderwerp maar niet wilde loslaten, 'Ken je haar dochter, Eva?'
Ik haalde opnieuw mijn schouders op.
'Mevrouw Verlinde was aan het klagen dat Eva, net als jij, niets anders deed dan rondlummelen en boeken lezen. We vonden het een goed idee als jullie elkaar leerden kennen.'
Een maand eerder zou het vooruitzicht een meisje te ontmoeten me hebben aangesproken, maar ik had me ondertussen zo ingeleefd in mijn rups-wordt-pop-wordt-vlinder metafoor dat het aanbod me on­verschillig liet.
Handig gebruik makend van mijn apathie, zette mijn moeder door: 'Ik bel mevrouw Verlinde op en ik zeg haar dat je morgen om acht uur haar dochter oppikt, OK?'
Voor de zoveelste keer haalde ik mijn schouders op.

Het buurtfeest viel mee, net als Eva. We hadden niet echt een voor­keur wat muziek betrof, maar we bleken dezelfde boeken te lezen. We betaalden elk onze eigen cola en we gingen braafjes op een aan­vaardbaar uur naar huis. Het was leuk, maar ik dacht niet dat ik Eva ooit zou terugzien.

Mijn verbazing was groot toen mijn moeder me de volgende dag naar beneden riep. Er was bezoek voor mij: Eva. Ze was met de fiets en ze vroeg of ik zin had om met haar naar Zillebekevijver te fietsen.
Mijn moeder antwoordde in mijn plaats: 'Natuurlijk heeft hij daar zin in!'
Tegen mij zei ze: 'Zo komt je nog eens buiten en heb je wat beweging.'

Eva had een deken mee waar we ons op neervlijden na onze fiets­tocht. Wat verderop speelden kinderen in het gras onder het waak­zame oog van twee moeders.
'Mag ik je iets vragen?' vroeg Eva.
Ik haalde mijn schouders op. Dat moest ik afleren. Ik deed het te veel.
'Vanaf wanneer wist je dat je op jongens viel?'
Ik schrok en antwoordde met meer verontwaardiging dan bedoeld: 'Waarom denk je dat ik op jongens val? Zie ik er misschien uit als een homo?'
Homoseksualiteit was weinig aan bod gekomen in het Katholieke on­derwijs dat ik genoten had. Homo’s waren vieze mannetjes zoals die Gerard Reve van wie geen enkel boek op de leeslijst Nederlands stond. In de les Engels hadden we Oscar Wilde besproken: hoe hij op beschuldiging van sodomie in de gevangenis terechtkwam en hoe dit voor hem het begin van het einde betekende. Ik zocht het woord sodomie op in Van Dale’s handwoordenboek, maar op Sodom volgde soebatten. Het had iets met zedenbederf te maken, vermoedde ik. Ik vond het antwoord in mijn woordenboek Engels-Nederlands waar sodomite vertaald werd als homoseksueel.
Geschrokken van mijn reactie, sprong Eva recht. Ze wilde van me weglopen, maar ik legde mijn hand op haar arm met een blik die om vergiffenis bedelde. Ze aarzelde en ging weer zitten.

In een zeldzaam helder moment vroeg ik: 'Val jij op meisjes?'
Er sprongen tranen in haar ogen. Ik omarmde haar en ze legde haar hoofd op mijn schouder. Zo dicht was ik nog nooit bij een meisje ge­weest. Meisjes waren onbereikbare wezens, voor haar nog meer dan voor mij, besefte ik in dit onverwacht intiem moment.
'Hoe weet je dat je op meisjes valt?' vroeg ik haar na lang stilzwijgen.
'Hoe weet jij dat jij niet op jongens valt?' antwoordde ze met een we­dervraag.
'Ik weet het niet,' zei ik naar waarheid, 'Het is gewoon zo.'
'Zo is het ook bij mij,' zei Eva. Haar tranen waren verdwenen, opge­droogd door de zon.
'Heb je ooit al eens een meisje gekust?' vroeg ik.
'Nee,' zei ze met een glimlach, 'Dat heb ik nog niet gedurfd.'
'Dat maakt dan twee van ons.'
'Heb jij al ooit een jongen gekust?' vroeg ze.
'Nee,' lachte ik, 'ook dat heb ik met je gemeen.'
'O,' zei ze, 'maar ik heb wel al jongens gekust, hoor.'
Daarop had ik even geen repliek.
'Uit nieuwsgierigheid,' vulde ze aan, 'Om te oefenen. Het waren heel stuntelige kussen.'
Ik was nog altijd sprakeloos.
'Wil je eens proberen?' vroeg ze.
Het werd een onbeholpen kus.
Onze tanden botsten en toen ik haar tong voelde, wist ik niet goed wat te doen.

We bleven met elkaar optrekken tot aan het einde van de zomer. De kus die we tot afscheid gaven voor onze wegen scheidden, was perfect.