Gisteren won ik de jubileumeditie van de Gorcumse Literatuurprijs 2018-2019. Ik plaatste een aantal impressies van de avond op wil-low.com.

Gorcumse literatuurprijs: juryverslag en oorkonde

Dit is het verhaal waarmee ik won in de categorie "proza" door auteurs ouder dan 20:

Opa 75

Na veel vijven en zessen besloot de familie Willems toch de verjaardag van opa te vieren. Iedereen wist dat meneer Willems een hekel had aan verjaardagsfeestjes. Telkens iemand in de familie verjaarde, plaagde hij de jarige door te stellen dat die weinig verdienste had aan het feit dat er alweer een jaartje was verstreken.

‘Een mens moet er niets voor doen om ouder te worden,’ placht hij te zeggen, ‘Hij moet er alleen voor zorgen niet te sterven, maar dat heeft een mens meestal niet zelf in de hand.’

Zijn vrouw, zijn kinderen, en zelfs de jongste van zijn klein­kinderen, kenden die zinnetjes uit het hoofd. Van zodra hij op een feestje zijn stelling inzette met ‘Een mens moet er niets voor doen’ viel de rest van de familie in als was het een mantra die luidop en in groep gereciteerd moest worden.

Elk jaar nodigde mevrouw Willems de kinderen en kleinkinderen uit voor een etentje tijdens een weekend dat in de buurt van meneer Willems’ verjaardag viel. Meestal was de hele familie present, maar o wee als iemand opa per ongeluk aan zijn verjaardag herinnerde. Dan was het hek van de dam en begon hij een hele litanie over welke prestaties je wel en welke prestaties je niet hoorde te vieren.

Een diploma behalen, dat was meneer Willems een feestje waard. De kleinkinderen leerden vlug dat opa diep in zijn portefeuille tastte als ze met een goed rapport kwamen aankloppen. Voor zijn dochter organiseerde hij een knaller van een fuif toen haar eerste boek gepubliceerd werd. Trouwfeesten waren een twijfelgeval, zo vond hij, maar toen zijn oudste zoon eindelijk gescheiden raakte van die feeks van een schoondochter, hield hij een barbecue met als thema ‘een nieuwe lente, een nieuw begin!’

Meneer Willems was een karakter. Hij maakte af en toe een karikatuur van zichzelf, maar hij deed dat op zo’n manier dat ieders hart voor hem smolt. Binnenkort zou hij vijfenzeventig jaar worden. Zijn kinderen wilden die opmerkelijke gebeurtenis niet onopgemerkt voorbij laten gaan.
‘Driekwart eeuw,’ argumenteerden ze, ‘dat vraagt toch om iets meer dan een etentje bij oma thuis?’
Mevrouw Willems sputterde aanvankelijk tegen, maar gaf uit­eindelijk toch toe. Haar kinderen begonnen aan de voorbereiding van een groot feest waarop ze niet alleen de hele familie uit­nodigden, maar ook een ruime selectie goede vrienden die oma en opa in de loop der jaren hadden leren kennen.

Meneer Willems had een verre van onverdienstelijk leven geleid. Hij begon zijn carrière als ambtenaar, maar die job verveelde hem algauw. Het duurde niet lang voor hij zijn eerste bedrijfje begon.
Tijdens de tweede zwangerschap van zijn vrouw las hij in de wachtzaal van de gynaecoloog toevallig een recept voor het maken van haarzeep. Het leek hem wel leuk dat zelf eens uit te proberen. Hij scheurde stiekem het artikel uit het damesblad en stopte het in zijn jaszak.
Zodra hij thuis was, begon hij te experimenteren. Hij zag het direct groot. Hij trok zich weinig aan van het oorspronkelijke recept en maakte onmiddellijk een volle badkuip shampoo. De hele badkamer zat onder het schuim. Mevrouw Willems vroeg zich spottend af wat hij met die levenslange voorraad shampoo van plan was, maar haar man hoefde er niet lang over na te denken. Hij was ervan overtuigd dat er wel een centje te ver­dienen viel in de zeep-business. Tot grote verwondering van zijn collega-ambtenaren, diende hij zijn ontslag in bij de overheid om voltijds ondernemer te worden.

Toen mevrouw Willems hem uit de badkamer verbande, huurde hij een klein kantoortje dat hij als labo inrichtte en van waaruit hij zijn zaak runde. Dag in, dag uit was hij op de baan om zijn pro­ducten aan de man te brengen. Het bedrijf groeide jaar na jaar op alle vlakken: klanten, personeel, productie, omzet én winst. In het midden van de jaren tachtig kreeg hij, na twaalf jaar hard zwoegen, een aantrekkelijk bod van een multinational. Hij besloot dat het tijd was zijn bedrijf te verkopen, samen met alle formules van het assortiment shampoos en zeepproducten dat hij over de jaren heen ontwikkeld had.
Op het moment van de verkoop was hij nog maar een prille veer­tiger. Hij was gelukkig gehuwd en hij had drie kinderen, waarvan de jongste tien en de oudste veertien jaar was. Hij was rijk genoeg om nooit meer te hoeven werken, maar niet werken lag niet in zijn aard.

Gelukkig vond hij snel een nieuwe hobby. Hij keek vol ver­won­dering op naar het jonge, aanstormende geweld van mensen zoals Steve Jobs en Bill Gates die aan de basis lagen van bedrijven zoals Apple en Microsoft. Toen hij op een dag met zijn eerste com­puter het huis binnenkwam, zei mevrouw Willems met een diepe zucht: ‘O nee, daar komt waarschijnlijk weer een nieuw bedrijfje van.’
En ja hoor, haar man bouwde de zolder om tot een atelier waar hij zelf computers in elkaar knutselde. Hij verkocht die aan de eerste lichting lokale computernerds. In korte tijd lag het hele huis vol met losse computeronderdelen. Opnieuw moest zijn vrouw hard zijn. Ze dreef meneer Willems’ business het huis uit, richting een winkel die hij vijf jaar later verkocht omdat hij alweer een nieuw zot idee had: hij wilde internetpionier worden.
Om een lang verhaal kort te maken: de derde onderneming van meneer Willems werd een internetbedrijf dat hij voor veel geld van de hand deed in het jaar 1999, net voor de eerste dot-com bubbel barstte.

Mevrouw Willems, die net oma was geworden, vond het welletjes geweest: ‘De kinderen zijn afgestudeerd en het huis uit. We hebben net de geboorte van ons eerste kleinkind gevierd. We hebben al onze zaakjes op een rijtje. Kunnen we het eindelijk wat rustiger aan doen?’
Dat kon, vond opa, en hij reisde samen met zijn vrouw de hele wereld rond. Ze bezochten alle steden en landen waar hij ooit op zakenreis ging. Hij had tijdens zijn carrière de binnenkant van menig bedrijf en menig hotel gezien, maar nu kon hij eindelijk ook wat tijd maken om toeristische attracties te bezichtigen.

Oma moest een list gebruiken om ervoor te zorgen dat opa op de dag van het grote feest in het land was. Alles was heel goed voorbereid; de familie Willems had heel veel tijd en energie in het evenement gestopt. Voor elke periode in opa’s leven waren collega’s en vrienden uitgenodigd om op het podium verhalen en anekdotes uit die tijd te vertellen.

Eindelijk was de grote dag daar. Iedereen stond klaar om de jarige met gelukwensen te overstelpen. Het was enkel nog wachten op de komst van het feestvarken. De teleurstelling was dan ook groot toen oma alleen de feestruimte betrad. Het huilen stond haar nader dan het lachen.
‘Ik kan opa nergens vinden,’ zei ze met een snik, ‘hij zei vanmorgen dat hij nog iets moest regelen. Hij vertrok zonder te zeggen waarheen, noch wanneer hij terugkwam. Nu kan ik hem niet meer bereiken. Hij reageert niet op berichtjes en neemt zijn telefoon niet op.’
Er ging een golf van ongerustheid door de zaal: was er iets gebeurd met opa? Met zijn vijfenzeventig jaar was hij niet meer van de jongste.

Zonder dat iemand het merkte, klom een jongeman het podium op. Hij greep de microfoon, zette hem aan, en riep iedereen op tot kalmte. ‘Hallo allemaal,’ zei hij, ‘Er is helemaal geen reden om ongerust te zijn; ik ben hier!’
Het geroezemoes verstomde. Opa’s oudste zoon keek de vreemde snuiter boos aan: ‘Dit is niet het moment om grapjes te maken, jongen.’
‘Ik maak helemaal geen grapje,’ antwoordde de jongeman, ‘ik kom jullie mijn nieuwste project voorstellen! Herkennen jullie me niet?’
Opa’s oudste zoon wilde het podium opklimmen om de brutale vlegel weg te jagen, maar oma hield hem tegen: ‘Wacht even, hij lijkt net op opa toen hij vijfentwintig was!’
‘Ik ben blij dat er toch één iemand is die me herkent,’ zei de jongeman, ‘ik ben inderdaad de jarige waar jullie allemaal op staan te wachten. Alleen word ik vandaag geen vijfenzeventig jaar; dankzij mijn nieuwste uitvinding ben ik weer vijfentwintig geworden.’
Vol ongeloof staarde iedereen in de zaal de jongeman aan.
‘Een mens moet er niets voor doen om ouder te worden,’ zo begon de jongeman opa’s mantra, ‘maar hij kan wel iets doen om jonger te worden! Verjongingskuren, dat wordt mijn nieuwe business!’
Hij haalde een doos flesjes van achter de coulissen en sprak als een echte marktkramer het publiek in de zaal toe: ‘Dit is mijn verjongingselixir; wie wil het uitproberen? Wil je proeven, steek je hand in de lucht!’
De zaal stond versteld. Een paar handen gingen aarzelend de hoogte in.

Opa volgde het hele gebeuren vanop afstand in een kamer in een hotel op een boogscheut van de feestzaal. Hij bulderde van het lachen. De acteur die hij had ingehuurd, speelde zijn rol fantastisch. De gelijkenis met zijn vijftig jaar jongere ik was treffend.

 

Speciale dank gaat uit naar de sponsors: de gemeente Gorinchem (niet zo gekend bij ons in Vlaanderen, maar een verborgen Nederlandse parel), het Fonds Ontwikkeling Wonen & Welzijn, het Gymnasium Camphusianum, het Fortes Lyceum, de Gomarus scholengemeenschap, het Lyceum OudehovenTheater PeeriscoopGreen Impulse (prachtige ruikers voor de winnaars!) en Boekhandel Cursief.

Wil je volgend jaar meedingen naar de prijs? Hou dan Wil-low's Schrijfkalender in het oog!