SXSW is achter de rug; zodra ik tijd heb, maak ik een overzichtje van de films die ik zag.

Ondertussen zijn er ook alweer drie weken verstreken sinds mijn vorige drie verhaaltjes post. Ik vermeldde al een eerste succesje, namelijk dat één van mijn zeer korte verhaaltjes gepubliceerd zal worden in een boekje dat volgende week ter gelegenheid van de Boekenweek (23 t/m 31 maart) uitkomt. Ik ben ook met een verhaal op de long-list van de "Rafels" wedstrijd van Godijn Publishing geraakt. Laat ons hopen dat er in de komende maanden nog wat nominaties volgen. Ondertussen heb ik de Wil-Low site wat aangepast; die is nu eerder Nederlandstalig en ik creëerde een schrijfkalender met de belangrijkste data voor wat schrijfwedstrijden betreft.

Ik ben in ieder geval hoopvol voor het verhaal Eenhoorn / Unicorn dat meedingt in de Sweek #MicroAarde / #MicroEarth wedstrijd. Stemmen voor de publieksprijs kan nog altijd (ik sta momenteel op de tweede plaats in de Engelstalige competitie), maar er is natuurlijk ook een jury-prijs. Het Eenhoorn-verhaal is een ietwat verkorte versie van een inzending voor de wekelijkse schrijfwedstrijd van schrijvenonline.org.

Dit waren mijn stukjes van de afgelopen drie weken (met o.a. de originele versie van Eenhoorn):

27 FEBRUARI

Opdracht: Dagboekfragment uit 2039

Dagboeken hebben iets bijzonders, iets geheimzinnigs. Het is iets waar niemand bij mag komen, misschien zelfs je partner niet. Achteraf kunnen onderzoekers in dagboeken veel vinden over het leven van mensen, maar ook over de maatschappij. Ze kunnen ermee naar het verleden kijken, maar kan dit ook andersom?

Hoe zou jouw dagboek er in 2039 uitzien? Schrijf in 300 woorden een pagina uit je dagboek van 2039.

Inzending: Eenhoorn

Vandaag heb ik voor de verandering nog eens mijn lichaam uit de schuif gehaald. Ik wil mijn knoken voelen bewegen en me de fysieke vermoeidheid herinneren van een stevige wandeling in de natuur. Het display op mijn cocon vertelt me dat het ondertussen al meer dan vijf jaar geleden is sinds ik er de laatste keer op uit ben getrokken. De tijd vliegt wanneer je je amuseert.

De zetel van de eenpersoonsshuttle die me langs de schijnbaar eindeloze rijen van het mensenmagazijn naar de uitgang rijdt, bereidt mijn spieren voor om op eigen kracht te werken. Het zacht tintelende gevoel roept vergeten verlangens in me op. Het was lang geleden dat ik erotische sensaties met lichamelijkheid associeerde. Wat zou het fijn zijn nu door een ander mens aangeraakt te worden.

Een blik op de console aan de poort die me van de buitenwereld scheidt, is voldoende om te zien dat de mensheid massaal de virtuele wereld boven de echte verkiest. Artificiële Intelligentie heeft voor elk van ons individueel een veilige omgeving gecreëerd met net genoeg conflict om ons leven interessant te houden. Robots onderhouden op een efficiënte en energiezuinige manier onze coconparken. Er worden in deze infrastructuur zo'n tien miljoen lichamen bewaard. Toch ben ik de enige mens in een fysiek lichaam in een omtrek van honderd kilometer, zo lees ik op het statusscherm.

Ik twijfel even of het wel een goed idee is me buiten te wagen. Wanneer de poort opengaat, word ik overweldigd door het landschap. Zo ver het oog reikt, staat de natuur in bloei. Vogels in alle kleuren vliegen onbezorgd in het rond. Wat verderop staat een eenhoorn te grazen. Het fabeldier kijkt even op wanneer ik er voorzichtig naartoe loop, en graast dan rustig verder.

Ik besef dat ik dit niet meer aankan. Ik keer op mijn stappen terug. Ik mis de geborgenheid van mijn cocon.

6 MAART

Opdracht: Walk & Talk

Walk & Talk'. Een bekende uitspraak in het theater. Hiermee wordt bedoeld dat je niet statisch op het toneel je tekst moet opdreunen. Zo ook je personages in het verhaal. Actie en dialoog moeten met elkaar verweven zijn. Vaak kiezen we voor een hele statische actie tijdens het gesprek (ze zitten koffie te drinken bijv), maar probeer eens een actieve handeling te combineren met een gesprek, zonder dat het een teveel afleidt van het ander.

Kies een handeling en een gespreksonderwerp en schrijf een scene van 300 a 500 woorden. 

  • Handeling: Schilderen van de slaapkamer - Op de loopband bij de sportschool - Tijdens het tuinieren - Boodschappen doen - Bij de kapper
  • Gespreksonderwerp: Aankomend huwelijk - De rapportcijfers van zoon/dochter - De nieuwe liefde van de buurvrouw - Het plannen van een moord

Inzending: Een vreemd paar

Haar moeder was woedend: ‘Hoe kan je nu twee verschillende schoenen kopen?’

Mevrouw Weekers reed ei zo na de winkel-wandelstraat in, maar bedacht zich net op tijd toen haar dochter haar vanop de passagierszetel angstig toeriep: ‘Mam, dit is een voetgangerszone, hier mag je niet in!’
Ik zat op de achterbank. Ik was de kluns in de zin: ‘Hé mam, ik heb een nieuwe vriend. Mag ik die mee uitnodigen op het huwelijksfeest van zus?’

‘Ik zet hem hier,’ zei mevrouw Weekers, en ze parkeerde haar wagen op een plaats waar enkel laden en lossen toegelaten was, want dat was uiteindelijk wat ze van plan was: ons zo vlug mogelijk te lossen en zo vlug mogelijk weer op te laden.
‘Blijf jij maar zitten, mam,’ probeerde Ingeborg haar moeder te kalmeren, ‘Bruno en ik zullen de verkeerde schoen zo vlug mogelijk inruilen.’
‘Het is jullie geraden, meer tijd kan ik echt niet verliezen!’ dreigde haar moeder, ‘Binnen drie uur gaat je zus trouwen, voor het geval je dat vergeten was.’

Ingeborg had van haar familie de zegen gekregen: ik mocht meevieren op de grote dag van haar zus. Een extra smoking in mijn maat was vlug gehuurd, maar toen ik op de vooravond van het huwelijksfeest opdaagde op de algemene repetitie, bleken mijn afgedragen schoenen niet in de smaak te vallen van mijn misschien ooit eens toekomstige schoonmoeder.
‘Wat is dit?’ snoof ze luid, ‘Heb je geen betere schoenen dan dit?’
Mevrouw Weekers keek wild om zich heen, op zoek naar medestanders om mij en mijn vestimentaire armoede te beschimpen. Ik kromp ineen.
‘Het spijt me mevrouw,’ bracht ik met een klein stemmetje uit, ‘De uitnodiging voor dit feest kwam nogal onverwacht. Aan schoenen had ik helemaal niet gedacht.’
‘Vooruit, Ingeborg!’ commandeerde mevrouw Weekers, ‘Rij vlug naar de stad en zorg dat je voor sluitingstijd nog een deftig paar schoenen vindt voor die jongen.’

Eén schoen werd vlug gepast en goed genoeg bevonden. De verkoopster die in gedachten eigenlijk al thuis voor de buis zat, kwam aanlopen met de doos waarin de andere schoen zat. We rekenden snel af en de crisis was bezworen…
Tot we de volgende dag ontdekten dat de schoen in de doos niet hoorde bij de schoen die ik gepast had.

‘Hoe kan je nu twee verschillende schoenen kopen?’ herhaalde mevrouw Weekers keer op keer. Ze sleurde Ingeborg en mij de wagen in, en reed als een gek naar de schoenenwinkel waar we de avond voordien het vreemde paar op de kop tikten.

De winkelbediende bleef er heel kalm onder.
‘Welke schoen ziet u het liefst?’ vroeg ze, ‘dan haal ik de andere.’
‘Doet dat ertoe?’ vroeg Ingeborg die nu ook haar geduld begon te verliezen.
Ik wees vlug naar de rechterschoen.

Even later zaten we weer bij mevrouw Weekers in de wagen.
Mijn relatie met de familie Weekers zou de bruiloft van Ingeborgs zus overleven, maar een verdere toekomst was zeer onzeker.

13 MAART

Opdracht: De jongens in de trein

Wat maakt jouw hoofdpersoon of de overige karakters uit jouw verhaal geliefd of gehaat, en hoe zorg je ervoor dat jouw hoofdpersonen gaan leven in het hoofd van de lezer? Karakters ontwikkelen zich natuurlijk in de loop van het verhaal, maar in deze opdracht beperken we ons tot het oefenen met de introductie van personages.

Maak de karakters van de twee jongemannen in de volgende scene inzichtelijk. Dat kun je op verschillende manieren doen o.a. door innerlijke monologen (wat denken ze?), dialogen (ze gaan met elkaar in gesprek), handelingen (wat doen ze, of niet?) Denk ook aan de manier waarop je hun uiterlijk laat zien, waarin ze van elkaar verschillen, of misschien juist erg op elkaar lijken. Schrijf een verhaal van maximaal 600 woorden bij de volgende scene:

'Twee jongemannen zitten tegen over elkaar in de trein. Ze reizen van Eindhoven naar Utrecht terwijl de regen tegen de ramen klettert. De coupé lijkt leeg, maar achterin het gangpad zit nog iemand. Het is voor de twee mannen niet zichtbaar of het een man of vrouw is. Dan stopt de trein, zonder uitleg. Ze staan stil tussen de weilanden. De minuten gaan voorbij.'

Inzending: Zombies en vampiers

Steven: ‘Dit lijkt wel de setting van een horrorfilm.’
Mark: ‘Hoe bedoel je?’
Steven: ‘Een coupé die op drie mensen na verlaten is, een trein die om een onbekende reden stilstaat, regen die tegen de ramen klettert, en de duisternis die invalt; het enige wat ontbreekt is een zombieconducteur die de wagon binnenkomt, hunkerend naar onze hersenen.’

Mark: ‘Geef mij maar vampiers; zombies boeien me niet zo.’
Steven: ‘Hoezo niet? Wie houdt nu niet van zombies?'
Mark: ‘Voor mij staan zombies symbool voor de hersenloze massa. Als ik mensen uren of zelfs dagen op voorhand zie aanschuiven om de nieuwste iPhone te kopen, dan denk ik: kijk, wat een bende zombies!’
Steven: ‘Helaba, ik heb ook een iPhone.’
Mark: ‘Dat bedoel ik dus! Als ik mensen hoor dwepen met bepaalde politici en merk hoe ze afgeven op degelijke journalistiek en wetenschap, dan walg ik, want dat zijn mensen die niets liever willen dan onze hersenen oppeuzelen in de hoop dat we dan meedoen aan hun hersenloze vernieling van de maatschappij.’

Steven: ‘Maar dat heeft niets met zombies te maken; neem bij voorbeeld een film zoals “Train to Busan”. Die geeft een schitterende kritiek op wat er allemaal misgaat aan de top, zowel bij de overheid als bij de grote bedrijven. De gewone werkende mens, de gepensioneerde… die wordt vertrappeld door het systeem. Een mens zou van minder een moedeloze zombie worden.’
Mark: ‘Als ik aan zombies denk, dan denk ik aan de originele ”Dawn of the Dead”waarin het overdreven consumentisme aan de kaak wordt gesteld. Nee, ik hou echt niet van zombies!’
Steven: ‘Wel, ik hou niet van vampiers. Dracula was een niets ontziende tiran en beul. In films zoals “The Addiction” zijn vampiers een metafoor voor mensen die verslaafd zijn aan drugs, feesten, seks. Toen “Interview with the Vampire” uitkwam, zag men in de obsessie voor bloed in vampierenfilms een verwijzing naar AIDS.’

Mark: ‘Ah, je ziet het helemaal verkeerd! Je noemt wel één van de weinige films die ik beter vind dan het boek waarop de film gebaseerd is, maar voor de rest verkoop je alleen maar onzin. Het personage Louis, gespeeld door Brad Pitt, toont net aan hoe genuanceerd vampiers zijn: ze zijn niet allemaal slecht.’
Steven: ‘Ze zijn wel allemaal uit op bloed, net zo erg als kapitalisten uit zijn op geld.’
Mark: ‘Nee, dat klopt niet, vampiers hebben stijl en klasse. Eén van mijn absolute lievelingsfilms is “Only Lovers Left Alive” waaruit blijkt dat de grootste artiesten van onze tijd misschien wel vampiers waren zonder dat we dat wisten.’
Steven: ‘En toch hou ik meer van zombies, ik heb het niet zo op bloedzuigers.’
Mark: ‘En ik heb het niet op de hersenloze massa...’

De derde passagier in de wagon is zonder dat ze het merkten opgestaan en volgt nu met een minachtende grimas hun verwoede discussie over zombies versus vampiers.

Onbekende: ‘Kijk,het is gestopt met regenen.’

Beide vrienden schrikken zich een hoedje bij het horen van zijn stem, maar ze doen wat de onbekende zegt. Ze kijken naar buiten en zien hoe de volle maan vanachter de wolken tevoorschijn komt. In de weerspiegeling van het raam zien ze hoe de onbekende man langzaam maar zeker in een weerwolf verandert.