Ik heb mezelf opgelegd elke drie weken een blogje te schrijven met drie nieuwe inzendingen voor de wekelijkse schrijfopdracht van schrijvenonline.org. Dat laat me toe mezelf te evalueren wat betreft mijn voornemen om het schrijven van fictie wat serieuzer te nemen.

Ik ga beginnen met het slechte nieuws: opdrachten 232, 233 en 234 lagen me niet echt.

Ik ben altijd één van de eerste wannabe-schrijvers die een inzending indient, en bij opdracht 232 had ik, net als een deel van mijn collega's schrijvenonline deelnemers, de opdracht ietwat verkeerd begrepen.

Normaal gezien laat de schrijfcoach van de week je je eigen ding doen met de opdracht, en mag je er ietwat van afwijken. Toen de schrijfcoach van opdracht 232 vroeg om een cursiefje te schrijven zoals Simon Carmiggelt, dacht ik: joepie, ik mag een cursiefje schrijven!

Ik putte daarvoor uit een eigen ervaring van een tijdje geleden, en gebruikte daar mijn eigen taal voor, maar dat was blijkbaar niet de bedoeling —en ik was zeker niet de enige "early bird" die dat niet door had.

De schrijfcoach bleek te eisen dat je Simon Carmiggelt imiteerde tot op het Amsterdams toe. Diezelfde schrijfcoach had eerder al gezegd dat ze nooit meer een stukje van mij zou beoordelen omdat mijn taal "te Vlaams" was. Ja, dan weet je het wel.

Ik was aanvankelijk heel tevreden met mijn invulling van opdracht 233, maar het was het soort tevredenheid dat je meet net nadat je iets afgewerkt hebt: dan ben je soms tevredener dan je hoort te zijn omdat je nog niet genoeg afstand genomen hebt van je werk.

Ik heb de tekst vervolgens, na het lezen van de commentaren, een beetje stukgeëditeerd, vrees ik. Nu weet ik niet goed wat ik ervan moet denken.

Opdracht 234 lag me dan weer moeilijk om persoonlijke redenen. Ik moest me inleven in een mens waar ik een hekel aan heb: iemand die achter het stuur met zijn GSM bezig is en daardoor een fietser aanrijdt. Ik kreeg direct weer pijn aan de elleboog die ik in 2017 brak. Ik had moeite om sympathie voor de ik-persoon te voelen.

Tot zover mijn commentaar bij de schrijfopdrachten.

Er is ook goed nieuws. Ik had eerder al twee Vlaamse Filmpjes geschreven voor een wedstrijd die nog loopt tot eind mei, en ik was niet van plan een derde in te dienen, maar bij het schrijven van een verhaal voor een andere wedstrijd werd ik zo vrolijk van het hoofdpersonage dat ik bedacht had, dat ik gewoon niet kon stoppen met schrijven toen ik het maximum aantal woorden bereikte. Ik heb het verhaal dan maar wat omgewerkt tot een verhaal dat ook geschikt was voor kinderen. Ik doe nu dus mee met drie inzendingen voor de Vlaamse Filmpjes wedstrijd.

Voor de rest heb ik een aantal zeer korte verhaaltjes ("Flash Fiction") ingezonden voor Sweek's #MicroDate wedstrijd, twee ultrakorte verhaaltjes voor schrijverspunt.nl's 55 woorden wedstrijd, en een verhaal voor de erotische verhalenwedstrijd Het Rode Oor.

Enerzijds ben ik blij dat mijn schrijfmotor op gang is geschoten (dat derde Vlaams Filmpje schrijven was echt genieten); anderzijds heb ik in de laatste drie weken ook een paar limieten ontdekt: over sommige dingen is het moeilijk schrijven voor mij. Zo liggen er nog twee schrijfwedstrijden in het verschiet waarvan het thema me echt niet inspireert...

Maar goed, voor wat het waard is, dit waren de opdrachten en mijn inzendingen van de afgelopen weken:

6 FEBRUARI

Opdracht: Pastiche

We leven midden jaren tachtig van de vorige eeuw. Je telefoon gaat. Het is iemand van de redactie van Het Parool: paniek, Simon Carmiggelt is ziek. Al meer dan veertig jaar schrijft Carmiggelt dagelijks een stukje (zoals hij het zelf noemt) voor de krant. Hij ondertekent het met Kronkel, waardoor die stukjes bekend komen te staan als kronkels. Maar vandaag is hij ziek en het zou toch zonde zijn om zijn streak te moeten onderbreken. Daarom vraagt de redactie jou om 'even in te springen': schrijf een stukje dat kan doorgaan voor een kronkel van Carmiggelt. Zijn kronkels waren steevast rond de 700 woorden lang, maar wat korter mag dit keer ook. Carmiggelt schreef veelal stukjes over zijn dagelijks leven, zoals tegenwoordig bijvoorbeeld Aaf Brandt-Corstius en Sylvia Witteman in De Volkskrant doen. Het waren stukjes met een ironische en vaak ook melanchonische ondertoon, over 'gewone mensen'. Carmiggelt bracht veel tijd door in (bruine) cafés en ook dat zie je vaak in zijn stukjes terug.

Een tekst die de het werk van een andere auteur nabootst noemen we een pastiche, wat je zowel in positieve (een tribute) als negatieve zin (na-aperij) kunt opvatten. Het is heel iets anders dan bijvoorbeeld een parodie, waarin de spot met het origineel wordt gedreven.

Inzending: Kinderpraat

‘Zeg, weet jij wat een hoer is? Een hoer! Weet je wat dat is?’

Nee, dit is geen vraag uit één van de vele pseudo-informatieve laatavond-magazines op de één of andere commerciële zender –programma’s waar een goede huisvader enkel "al zappend” op terecht komt en louter voor de “boeiende interviews” naar blijft kijken.
Niets van dit alles: het is zomer, het is klaarlichte dag en aan het woord is één van de achtjarige genodigden op het verjaardagsfeestje van mijn oudste zoon.
Ik doe even alsof ik er niet ben en spits de oren.

‘Neen? Weet jullie dat dan niet?’ zo gaat de stoere vraagsteller verder, ‘een hoer, wel, dat is een meisje dat met alle jongens naar bed gaat, behalve met haar eigen lief.’

Ik denk: ‘bijna juist!’ en ik glimlach. Ik besef dat het correcte antwoord –‘Een hoer is een meisje dat met alle jongens naar bed gaat, maar alleen met haar eigen lief de liefde bedrijft’– een concept bevat dat nog te abstract is voor kinderen in de overgang van het tweede naar het derde leerjaar.

Ach, die verjaardagsfeestjes...
Je weet niet half hoe zenuwslopend het is voor een ouder wanneer zeven kinderen als een stelletje uitgelaten apen de tuin onveilig maken. Ik probeer mezelf als opzichter van dienst zo onzichtbaar mogelijk te maken; ik bekijk het schouwspel vanuit een soort antropologische interesse.
Op een welhaast wetenschappelijke manier maak ik een mentale nota: ‘Acht jaar is de leeftijd waarop de menselijke diersoort begint te experimenten met humor. Dit uit zich hoofdzakelijk in het vertellen van vieze grappen; hoe schunniger, hoe liever.’

De schrik slaat me wel vaker om het hart als ik erbij stilsta hoe vlug de jaren van het ouderschap voorbij vliegen. Ze lijken al zo wereldwijs, die achtjarigen, vooral als ze woorden in de mond nemen zoals penis of chocoladecondoom.
Wanneer ik merk dat mijn oudste zoon wat stoute scheldwoorden betreft niet verder raakt dan ‘dikke poep hahaha!’ vraag ik me in alle ernst af of ik daar nu trots op mag zijn, of eerder bezorgd moet om wezen. Loopt de ontwikkeling van zijn woordenschat niet wat achter in vergelijking met die van zijn leeftijdsgenootjes? Moet hij deze vakantie zijn vocabularium vulgaris niet wat verrijken?

Ik word algauw gerustgesteld: zo hard loopt het bij de andere kinderen ook nog niet. Dat blijkt wanneer ik het ene kind op wel heel letterlijke wijze een schuine mop hoor vertellen aan het andere. Na de pointe staren beide kinderen elkaar onderzoekend aan:

‘Is de mop gedaan?’
‘Ja, dat is hem.’
‘Ik begrijp hem niet, begrijp jij hem?’
‘Nee, ik dacht dat jij hem wel zou begrijpen.’
‘Maar jij bent degene die hem vertelt.’
‘Ik weet het, ik heb hem gisteren pas gehoord en toen lachte iedereen, maar ik weet niet waarom. Misschien is het maar een stomme mop.’

Opeens kijken de kinderen mij aan. Ik zie de vraagtekens in hun ogen, maar ik hou me van den domme, alsof ik de grap niet gehoord heb, of alsof ik hem ook totaal niet snap. Ik kuch eens en lach stiekem in mijn vuistje.

Het besef dat ze toch nog niet alles weten, is een hele verademing.

13 FEBRUARI

Opdracht: Het boeket

Na een Europese vlucht stap ik naar het busstation onder Brussels Airport, om te wachten op een snelle busverbinding van de luchthaven naar huis. Er ligt een boeket bloemen op de bank. Enkel bloemen, geen mensen te bespeuren.  De ruiker oogt mooi, en de witte bloemen contrasteren met enkel donkerrode rozen.  De bloemen zijn vers. Is iemand die ruiker vergeten? Stond er iemand met vlinders in de buik tevergeefs te wachten tot de geliefde zou landen? Is het boeket uit een tas gevallen. Je kan daar heel wat verhalen rond bedenken.

Met Valentijnsdag in het verschiet, luidt de opdracht als volgt: schrijf een verhaal van ongeveer 700 woorden, waarbij de bloemen op de ene of de andere manier een rol spelen in het verhaal. Laat de bloemen mee helpen de emotie te bepalen van wat er gebeurt tussen twee of meer mensen, die verliefd zijn of waarvan de liefde niet beantwoordt wordt. Ontroerend of spannend, happy end of niet.

Inzending: Kleine misleidingen

Het zonlicht dat door het raam naar binnenvalt, is al een paar centimeter langs zijn arm omhoog geslopen. Ayco ligt naast hem, naakt met haar ogen dicht.
“Je moet één ding weten,” zegt hij, “Als je ooit zegt dat je verliefd op me bent, zal ik doen alsof ik het niet hoor.”
Ze zwijgt. Slaapt ze, of doet ze maar alsof? Wacht ze op meer uitleg? Hij weet het niet.
“Want ik hou van mijn vrouw,” gaat hij verder, “en ik kan maar van één iemand echt houden. Wat ik voor jou voel, kan dus geen liefde zijn.”
Haar zwijgen lijkt nu meer en meer op een stil protest. Alsof ze door heeft dat hij niet wil toegeven wat hij werkelijk voor haar voelt.
“Het zijn gevoelens,” zo besluit hij, “maar ik noem het geen verliefdheid. Ik weet niet of er wel een naam voor bestaat.”

Een half uur later staan ze elk om beurt onder de douche en doen ze hun kleren weer aan. Zoals gewoonlijk verlaat hij als eerste het hotel. Ayco volgt even later. Tot haar verbazing staat hij haar aan de bushalte op te wachten met een boeket bloemen.
“Ik zal je missen!” zegt hij, “Het kan me niet schelen als mensen ons hier zien staan. Ik wou je deze ruiker geven, zodat je me niet vergeet in Berlijn.”
“Ik ben maar een weekje weg,” antwoordt Ayco op een toon van wat-krijgen-we-nu?
“Ik weet het, maar toch zal ik je missen,” probeert hij haar te overtuigen.
Ayco neemt de bloemen aan. Haar minnaar kust haar, voor het eerst in het openbaar.

Die eerste publieke kus had een mijlpaal kunnen zijn in hun relatie, maar Ayco merkt dat hij het niet laten kan schichtig in het rond te kijken: Heeft iemand ons gezien?
Weg is meteen alle romantiek; zijn ogen vertellen wat hij met bloemen probeert te verhullen. Zijn vorige affaire was wekenlang voorpaginanieuws in de roddelpers. Zijn huwelijk ging er net niet aan kapot. Eénmaal gebeten, tweemaal schuw! Een vluchtige kus aan een afgelegen bushalte is het grootste risico dat hij met Ayco durft te nemen.

Hij zwaait haar na wanneer de bus vertrekt. Ayco ziet hoe hij naar zijn telefoon grijpt net voor zij uit zijn zicht verdwijnt. Een tel later hoort ze een bliep.
Facebook Messenger: “Kan niet wachten tot je terug in mijn armen ligt.”
Ze stuurt een berichtje terug: “Low battery; kan nu niet verder met je praten.”
Ayco zet haar telefoon op vliegtuigstand om haar leugentje geloofwaardig te maken.

Hij had drie maanden eerder een grijze receptie kleur gegeven door met haar te flirten. Ze hadden stiekem Facebook-profielen uitgewisseld. Die nacht scrolde ze gretig door het opwindende privé-profiel van de Bekende Vlaming. Vanuit de veilige geborgenheid van haar bed gaf ze toe aan de verleiding hem een stout berichtje te sturen.
Hij beantwoordde het meteen met de boodschap: “Ik denk ook aan jou.”
De volgende dag waren ze elkaar nog berichtjes aan het sturen toen hij zijn move maakte: “Roses are red, lilies are white. I want you in bed, and please you tonight.”
Dat werd hun eerste hotelafspraakje.

De bus rijdt van halte tot halte op een lijn zonder terminus. Een busrit als metafoor voor de liefde in tijden van social media en dating apps.
“Waar leidt dit naartoe, Ayco?” denkt Ayco bij zichzelf, “Dit kan je echte leven niet zijn. Je maakt een selectie van de foto’s die je deelt. Als curator van je bestaan serveer je enkel de leukste snapshots uit je leven als hapklare berichtjes op je online profiel. Je liegt niet; je redigeert. Hoe je je werkelijk voelt, wordt met een smiley gemaskeerd. Het zijn kleine misleidingen, waardoor niemand de echte Ayco kent.”
Ayco zet haar telefoon uit vliegtuigstand. Ze zoekt zijn profiel op. Ze heeft haar besluit gemaakt. Bij de volgende halte stapt ze uit. Vastberaden drukt ze op “Unfriend.”

20 FEBRUARI

Opdracht: Verschillende versies van de waarheid

Thuis op de bank ben je waarschijnlijk anders dan op je werk. Hoe je je gedraagt hangt vaak af van de situatie waarin je je bevind. Dat geldt ook voor je personages.

Stel jouw personage is betrokken bij een ongeluk. Hij/zij zat de appen achter het stuur en reed daarbij een fietser aan. Laat hem/haar dit verhaal  aan de volgende personen vertellen op de manier die bij die persoon/situatie past. (Max 300 woorden per situatie).

- Oma, tijdens haar verjaardag
- Zijn/ haar date
- De politieagent 
- Beste vriend(in)
- Therapeut.  

Inzending: Waarheden

9:47 — gesprek met een politieagent

Goeiemorgen, meneer de agent. Ja, ik weet het, ik sta hier nogal vreemd geparkeerd, zo half op het voetpad, maar ik kan het uitleggen. Ik heb net een botsing gehad met een fietser. Kom maar eens kijken naar die verse kras hier rechts vooraan. Dat is waar hij mij raakte.

Ik stond in de Ottergemsesteenweg voor de verkeerslichten. Ik passeer hier elke dag en normaal gezien draait iedereen in, in de richting van de Burggravenlaan. Uit routine sloeg ik ook nu weer rechtsaf toen het licht op groen sprong; ik besefte niet dat die fietser rechtdoor wilde. We raakten elkaar en hij viel om.

Ik weet dat ik in fout ben, dus ik neem de kosten voor die kras op mij. In ieder geval: ik heb mij direct geparkeerd voorbij de bocht. Ik weet dat ik hier eigenlijk niet mag staan, maar ik was bezorgd om die fietser. Ik kon toch niet doorrijden alsof er niets gebeurd was? Ik ben direct uitgestapt om te kijken of alles in orde was. Hij was tot mijn opluchting alweer op de been. Ik stelde voor zijn fiets in mijn auto te laden en hem naar de spoed te rijden als hij zich niet goed voelde. Hij zei dat dit niet nodig was en dat ik me geen zorgen moest maken. Hij was nogal gehaast en wilde direct wegrijden.

Ik kon hem nog net mijn kaartje geven met mijn gegevens. Ik drukte hem op het hart dat hij me moest contacteren mocht hij achteraf merken dat er toch schade was. Jaja, dit is de eerste keer dat me dit overkomt, maar je ziet: een ongelukje is gauw gebeurd; één kleine onoplettendheid is voldoende…

Wat een geluk dat de schade beperkt gebleven is tot een simpele kras.

10:09 — bericht op antwoordapparaat van date

Hallo liefje, ik bel je omdat ik je vlug iets wil vragen. Kunnen we vanmiddag met jouw auto naar het verjaardagsfeestje van mémé?

Ik ga straks mijn auto binnenbrengen in de garage, want ik heb net een klein accidentje gehad. Ik was een “gelukkige verjaardag” naar mémé aan het sturen op weg naar de sportarts. Ik lette even niet op en ik zag niet dat er een fietser naast me stond aan de stoplichten. Ik draaide in, hij reed rechtdoor, en pats!

Ik heb me direct voorbij de bocht op het voetpad geparkeerd. Ik stapte op de fietser af en wilde vragen of alles in orde was, maar hij was nogal kort van stof. Hij zag er nogal gehaast uit en had vooral oog voor zijn fiets. Hij keek of zijn stuur nog recht stond, draaide eens aan zijn trappers om te zien of zijn ketting nog goed zat, en probeerde zijn remmen uit. Toen hij zag dat alles in orde was, stapte hij gewoon weer op zijn fiets. Ik vond hem eigenlijk een beetje onbeleefd. Ik voelde me schuldig en wilde mijn excuses aanbieden, maar hij reed weg zonder boe of ba te zeggen.

Nu ja, ik snap hem wel. Het is mij ook al overkomen. Ik weet hoe ik zelf ben in dergelijke situaties. In ieder geval, toen ik weer in mijn auto wilde stappen, zag ik een kanjer van een kras vooraan aan de rechterkant. Daar moet ik straks even mee naar de garage.

Ik zie je straks wel voor we naar mémé vertrekken.
Tot dan! Dikke kus!

10:11 — bij de therapeut

Sorry dat ik wat later ben. Ik ben helemaal van mijn melk en ik moet even bekomen. Ik heb al met de politie gepraat en met mijn vriendin. Ik heb gedaan alsof er niets aan de hand is, maar in werkelijkheid heb ik de bibber op mijn lijf.

Ik heb net een fietser aangereden op weg hierheen. De fietser zei dat hij OK was. Hij checkte gewoon even zijn fiets en reed dan weer verder omdat hij gehaast was, maar ik durf wedden dat hij nu ook ergens staat te trillen op zijn benen.

Ik ben zelf een fervent fietser. Ik ben zelf al meer dan eens aangereden geweest. Ik weet hoe het voelt. Ik haat het wanneer automobilisten geen rekening houden met zwakke weggebruikers. Ik haat automobilisten die fietsers smalend wielerterroristen noemen. Ik ben altijd heel voorzichtig als ik fiets, en dat was de fietser die ik aanreed ook. Wat moet die fietser niet van mij gedacht hebben? Ik hoop dat hij niet gezien heeft dat ik met mijn telefoon bezig was. Ik doe dat anders nooit; ik voel me zo schuldig!

Ik wilde vlug een berichtje sturen naar mijn grootmoeder die vandaag jarig is, terwijl ik haar sowieso vanmiddag ga bezoeken. Hoe dom kon ik zijn? Ik durf wedden dat ze het berichtje pas morgen ziet. Waarom vond ik het zo belangrijk dat berichtje te versturen terwijl ik aan het rijden was? Dat is zo irrationeel. Dat ben ik niet gewoon van mezelf. Wat is er mis met mij?

Ben ik aan het veranderen in alles wat ik haat? Stel je voor dat de fietser er erger aan toe was geweest!

Aaaaaaaaaarrrrrrgh!

11:19 — Beste vriend komt me oppikken bij de garage

Ik heb nogal geluk gehad vandaag! Ik ben daarnet onzacht met een fietser in aanraking gekomen. Je weet hoe ik altijd vloek op chauffeurs die niet letten op fietsers? Blijkbaar behoor ik nu ook tot dat clubje, stommekloot die ik ben!

Ik stond te wachten aan de stoplichten en ik dacht: ik stuur vlug een berichtje naar mijn grootmoeder voor haar verjaardag. Daardoor lette ik helaas niet op de fietser naast mij toen het licht op groen sprong. Ik draaide in; hij reed rechtdoor. Ik raakte hem en hij viel om. Gelukkig hadden we nog geen snelheid en kwam de fietser er zonder kleerscheuren van af.

Ik ben direct gestopt om hem recht te helpen. We hebben samen zijn fiets gecontroleerd en die leek ook geen schade geleden te hebben. Ik gaf hem mijn kaartje uit schuldgevoel, maar hij keek er niet eens naar. Hij reed vlug weg, grommend dat hij gehaast was.

Hij was nog maar net vertrokken toen de politie plots voorbijreed. Ze zagen mijn auto staan —ik had mij op het voetpad gezet— en ik moest uitleggen wat er gebeurd was. Ik heb er natuurlijk niet bij verteld dat ik met mijn GSM bezig was. Ik heb hen de kras getoond en ze hebben me laten gaan met een waarschuwing.

Voortaan zet ik mijn GSM af voor ik in de auto stap en steek ik hem in het handschoenenkastje buiten mijn bereik. Ik wil dit niet nog eens meemaken. Stel je voor dat de fietser er erger aan toe was geweest! Ik mag er niet aan denken!

12:17 — Oma’s verjaardagsfeestje

Gelukkige verjaardag, mémé! Het spijt me dat ik een kwartiertje te laat ben, ik weet dat je graag hebt dat iedereen stipt is, maar ik heb vanmorgen een klein ongelukje gehad. We zijn met Heidi’s auto moeten komen, want de mijne is in de garage.

Alles is in orde, hoor, gewoon een krasje op mijn auto dat er uit moet. Niemand heeft er een lichamelijk letsel aan overgehouden. Maar genoeg over mij, zijn alle kleinkinderen hier? Het is al eeuwen geleden dat ik iedereen samen heb gezien.