Als techneut die fictie schrijft, krijg ik vaak de vraag of ik AI gebruik.
Het antwoord daarop is niet helemaal ja, omdat schrijven me plezier bezorgt en ik dat plezier niet wil uitbesteden aan AI. Op een schrijversforum beschreef ik het als het oplossen van Karels Crypto in De Standaard: dat doe je — als mens — omdat het leuk is. Als je de opgaves door AI zou laten oplossen, dan (1.) heb je daar zelf niets aan, en (2.) AI is nog niet in staat om de soms vergezochte, maar altijd interessante kronkels van Karel Vereertbrugghen te begrijpen.
Misschien komt dat laatste ooit nog, maar om terug te komen op het schrijven: voor mij is een verhaal bedenken heel analoog met het oplossen van een puzzel. Beide doe ik liever zelf.
Het antwoord is ook niet helemaal nee. Als je MS Word gebruikt, dan zit daar al AI in die je tekst op spelling en grammatica controleert. Dat is niet altijd perfect. Zo bleef Word in een bepaalde tekst halsstarrig volhouden dat 'beleefd' (in de betekenis van 'hoffelijk') met een T geschreven werd in plaats van met een D. Hoe ik de zin ook veranderde, er bleef een blauw streepje onder het woord staan omdat de tekstverwerker dacht dat ik de derde persoon enkelvoud van het werkwoord 'beleven' bedoelde. Vooral als het om Engelse teksten gaat, durf ik wel eens mijn werk voor te schotelen aan Copilot of ChatGPT om er de fouten uit te halen aangezien Engels niet mijn moedertaal is.
Je kon bij de overgang van typemachine naar computer evengoed beweren dat het gebruik van een typemachine een auteur onwaardig is. Ik vind zelf dat AI heel nuttig kan zijn als hulpmiddel bij het schrijven, niet om het schrijven zelf over te nemen.
Recenter gebruikte ik AI ook als leermeester, maar dan volgens het Shu (obey) - Ha (detach) - Ri (transcend) principe.
Eind vorig jaar besloot ik me om te scholen van prozaschrijver naar screenplayschrijver. Mijn eerste pogingen waren geen succes. Ik nam deel aan verschillende screenplay contests en kreeg vernietigende commentaren waarin ik erop gewezen werd dat ik scenario's schreef alsof het proza was. Ik had niet meteen door dat er andere regels gelden voor screenwriting. Vergelijk het met voetbal spelen alsof het basket was — of omgekeerd. Een voetbal neem je niet in je handen; een voet tegen een basketbal wordt bestraft.
Om de kritiek beter te begrijpen ging ik te rade bij verschillende LLM's, schotelde hen een verhaal voor en vroeg: 'Zet dit voor mij om in een screenplay.' Bij elke beslissing vroeg ik waarom een bepaalde keuze gemaakt werd en zo leerde ik de regels van de kunst die ik nog niet in de vingers had.
Dat is Shu. Ik luisterde naar AI alsof het de meester was die mij iets kon leren.
Ik merkte echter twee dingen:
Geconfronteerd met deze twee problemen heb ik Ha toegepast.
Ik week bewust af van wat AI mij serveerde:
Aan dat laatste moest ik denken toen ik vanmorgen het interview met Pattie Maes las in De Standaard:

Ik heb de indruk dat die hersenspoeling al vergevorderd is.
Ik nam zeer recent nog de proef op de som. Ik schreef een blogpost waarin ik het woord 'gatachterlijk' gebruikte: 'Wat ik zo gatachterlijk vind aan mensen...' Ik voerde die tekst aan Copilot en als eerste opmerking kreeg ik:

Hoewel ik het tot op zekere hoogte eens was met de argumenten van Copilot, besloot ik de tekst toch te publiceren zoals ik hem oorspronkelijk geschreven had. Mensen die me kennen, weten dat ik een 'klinkt het niet, dan botst het'-mens ben. Vaak krijg ik in IRL de opmerking: 'Je stijl is soms wat overdreven, maar inhoudelijk sla je vaak wel spijkers met koppen.'
Ik was vooral benieuwd naar de reacties van mensen die me niet kenden.
En ja, hoor, ik kreeg meteen een paar reacties van lezers die aanstoot namen aan het woord 'gatachterlijk' en beweerden dat ze daarom niet eens de moeite deden om te lezen wat ik schreef. Toen ik fijntjes opmerkte dat ze wel de moeite deden om te reageren, kreeg ik van één commentator de opmerking dat hij vooral een punt wilde maken (een eufemistische poging om te zeggen dat hij mij de les wilde spellen) en dat hij de conversatie stopzette omdat hij niet hield van negativiteit.
Daarop drukte ik wat door. Zoals te verwachten viel, was het sterker dan hemzelf: ondanks zijn voornemen om de conversatie te verlaten, zette hij die verder met een bijkomende opmerking.
In de prille jaren van het internet zou ik daarop gereageerd hebben met YHBT YHL HAND. In plaats daarvan wees ik hem gewoon op zijn inconsequente gedrag. Resultaat: hij verwijderde al zijn commentaren (maar mijn reacties erop staan er wel nog, wat een beetje een vreemde aanblik geeft).
Wat opvalt, is dat veel mensen meer belang lijken te hechten aan vorm dan aan inhoud:
Voor wie het belangrijk is dat de inhoud goed uit de verf komt, kan het verleidelijk zijn om AI te gebruiken om de vorm in orde te krijgen. Als we als auteurs echter teveel ons werk beginnen uit te besteden aan AI, dan krijgen we een vervlakking van ons schrijven. Gaandeweg gaat zo ook het verwachtingspatroon van onze lezers vervlakken.
Zo krijg je situaties waarbij mensen zich geshockeerd voelen door een fictief verhaal waarin een personage gif gebruikt, of door een tekst waarin het woord 'gatachterlijk' voorkomt. Ook begrijpend lezen gaat achteruit als er gebroken wordt met conventies. Bij een bepaald verhaal kreeg ik van het taalmodel de kritiek dat er geen echte protagonist was. Ik schreef het verhaal echter opzettelijk zo; het doorbreken van de standaardstructuur (genre 'boy meets girl / boys loses girl / boy gets girl back') was net mijn bedoeling. Als je niet af en toe Ha toepast, dan schrijf je uiteindelijk altijd hetzelfde verhaal.
Als auteur is het belangrijk dat je je Ri vindt: je eigen stem, je eigen stijl, je eigen authenticiteit.
De eerste versies van een verhaal schrijf ik altijd zelf. Ik heb gemerkt dat er totaal geen tijdswinst is als ik meteen AI inschakel om tot een verhaal te komen. Integendeel, het gebruik van AI frustreert me omdat LLM's me steeds in richtingen sturen die me niet boeien. AI gebruiken bij het uitzetten van een verhaallijn ervoer ik algauw als een overbodige, tijdrovende tussenstap; het ging vlugger als ik dat zelf deed, zonder LLM. AI is wel een handig hulpmiddel om achteraf een aantal zaken te toetsen, niet in het minst spelling en grammatica — al slaan LLM's toch nog vaak de bal mis, zeker als je in het Nederlands schrijft.
Ik las ergens dat sollicitanten de afgelopen jaren steeds vaker AI gebruiken om hun sollicitatiebrief te schrijven, waardoor het bijna onmogelijk wordt om de beste kandidaat te kiezen: op basis van hun brieven zijn ze allemaal onderling inwisselbaar. Ik hoorde een HR-professional onlangs zeggen dat hij het verfrissend vond om af en toe een taalfout in zo'n brief te vinden. Dat was voor hem het bewijs dat de brief daadwerkelijk door een mens geschreven was — en niet door een machine. Hij vermoedde wel dat de slimmere sollicitanten misschien af en toe opzettelijk een klein spellingsfoutje introduceren om zo het vermoeden dat ze een beroep deden op AI de kop in te drukken.
Als ik in mijn blog een woord zoals 'gatachterlijk' gebruikte, dan deed ik dat ergens om dezelfde reden: dat is een woord dat de huidige LLM's nooit zouden gebruiken. Een LLM zou nooit een boek van Herman Brusselmans produceren. Ik las onlangs een paar oude essays van Herman De Coninck. In één ervan noemde hij de helft van de Antwerpenaren dommekloten. Dat zou allemaal niet meer kunnen als we AI de toon zouden laten bepalen.
Ik stel me serieus de vraag of dit vooruitgang is.
Wat is het beste voor de toekomst?
Ik heb de keuze gemaakt. Ik vind het veel te leuk om zelf verhalen te schrijven in plaats van dat plezier aan AI over te laten. Ik vind ook dat we meer verhalen nodig hebben die tot nadenken aanzetten.
Als ik teksten lees die door AI gegenereerd worden, dan lezen die vaak als horoscopen: iedereen kan er iets in terugvinden dat aannemelijk genoeg lijkt om er niet verder over te hoeven nadenken.
Als dat zo doorgaat, dan worden we langzaam maar zeker allemaal gatachterlijk...