Ik weet iets, maar ik mag het nog niet verklappen. Het enige wat ik kan zeggen, is dat ik mijn doel "minstens één schrijfwedstrijd winnen in 2019" zal halen nog voor het jaar half om is. Wordt ongetwijfeld vervolgd op deze pagina's.

April was een kalme maand voor schrijfwedstrijden, maar natuurlijk loopt de wekelijkse schrijfopdracht van schrijvenonline.org gewoon door. Ik kan jullie dus weer drie nieuwe verhaaltjes voorschotelen en, aangespoord door het telefoontje waarin mij goed nieuws werd gemeld over één van de schrijfwedstrijden waar ik aan deelnam, heb ik beter mijn best gedaan dan de vorige keer.

Dit waren mijn inzendingen van de afgelopen drie weken:

10 APRIL

Opdracht: Liegt'ie of liegt'ie niet?

Een onbetrouwbare verteller is misschien wel het leukste om te schrijven. Tussen de regels door kun je namelijk onthullen dat deze persoon niet zo eerlijk is als hij/zij zich doet voorkomen. Bij voorbeeld: een oma die beweert dat ze al haar kleinkinderen even lief en knap vindt, zelfs dat kind met dat rare brilletje en die snottebellen. Maar ondertussen datzelfde kind een goedkoop verjaardagscadeau geeft.

Laat een personage een anekdote over zichzelf vertellen waarin wat hij zegt en doet niet helemaal overeenkomt (ca 500 woorden).

Inzending: Misbruik

Frauke draait de sleutel om, haalt nog eens diep adem, en drukt vervolgens de drie cijfers van het noodnummer in.
‘Hallo de noodcentrale hier, waarmee kunnen we u helpen?’
Frauke weet dat ze kalm moet blijven: ‘Hallo, mijn naam is Frauke. Ik ben veertien jaar oud. Ik woon in de Iepenlaan 23. Ik ben alleen thuis met de vriend van mijn moeder en ik heb mezelf opgesloten op het toilet. Ik bel… Ik bel om te melden dat de vriend van mijn moeder mij verkracht heeft.’
Het is er bijna in één adem uitgekomen. Vertel eerst de feiten; spaar de emoties voor later, had ze online gelezen. Frauke onderdrukt een zucht. Dat heeft ze goed gedaan.

‘Blijf aan de lijn Frauke. We sturen direct iemand naar de Iepenlaan 23. Klopt dat adres?’
‘Iepenlaan 23, dat klopt.’
‘Dankjewel Frauke. Even flink blijven nu. Er zal binnen het kwartier iemand bij je zijn. Zou je ondertussen een paar vragen kunnen beantwoorden?’
‘Ik… Ik denk het wel.’
‘Je zegt dat je alleen thuis bent met de vriend van je moeder. Waar bevindt hij zich momenteel precies? Is er gevaar dat hij je kan betrappen terwijl je met ons praat?’
‘Hij is beneden bezig op zijn computer. Ik zit op het toilet boven met de deur op slot.’
‘Je bent heel moedig, Frauke. Blijf aan de lijn, we hebben nog een paar vragen: als de politie straks aanbelt, is er dan gevaar dat je moeders vriend iets ergs zal doen?’
Ook daarover heeft Frauke nagedacht. Er mag al wat meer gevoel in haar stem.
‘Ik denk van niet. Zoals ik hem ken, zal hij alles ontkennen. Hij zal proberen de politie met een kluitje in het riet te sturen. Hij kan heel goed liegen.’
Hoe hij haar moeder rond zijn vinger windt met al zijn stomme verhaaltjes, walgelijk gewoon. Ze wil hem weg, weg uit haar leven en weg uit het leven van haar moeder. Frauke onderdrukt met moeite de haat die haar hele lichaam doet trillen. Haar stem moet angstig klinken, niet boos. Het trillen moet bibberen worden. Ze beeldt zich in dat ze een gekwetst vogeltje is. Dat heeft ze geleerd tijdens haar toneellessen.

‘Dat is begrepen, Frauke. We hebben ook een paar vraagjes over jezelf. Heb je directe medische zorgen nodig? Ben je ergens gewond?’
‘Hij heeft me geslagen en pijn gedaan… daarbeneden. Voor de rest ben ik OK, denk ik.’
Frauke stopt even met praten. Ze weet hoelang een pauze in een gesprek mag duren. Ze doorbreekt de stilte net voordat haar tegenspeler aan de andere kant van de lijn de kans krijgt een nieuwe vraag te stellen. Het is tijd om te bezwijken: ‘Ik heb gebeld zo vlug ik kon. Ik besef nog niet goed wat er gebeurd is… Ik… Ik voel me niet goed.’
Frauke verbreekt de verbinding en zet haar telefoon uit. Ze inspecteert de blauwe plekken op haar polsen en kijkt in het kleine spiegeltje boven de wasbak. De mouw van haar bloesje is gescheurd en haar linkeroog begint al goed te zwellen. Ze vindt zichzelf er heel geloofwaardig uitzien.

17 APRIL

Opdracht: Ander perspectief

Ga ergens schrijven waar je nog nooit geschreven hebt. In een bushokje, in een andere buurt, in een museumcafé of bij de plaatselijke biep, bij een vriend(in). Het gaat erom door de verandering van omgeving uit je gewoonte te stappen en daardoor zou je volgens Natalie Goldberg tot een ander perspectief komen.

Schrijf eerst vijf minuten wat in je opkomt en kies daaruit een zin als onderwerp voor een kort verhaal van 300 woorden

Inzending: Wassalonliefde

Ze ontmoetten elkaar in de wasserette, net voor sluitingstijd.
‘Hallo daar,’ zei hij, ‘Ik zie dat je vrijgezel bent.’
Het was niet de beste openingszin, besefte hij meteen. Hij was opgelucht te merken dat ze zijn brutale opmerking niet erg leek te vinden.
‘Ik vrees van wel,’ antwoordde ze, ‘maar nog niet lang.’
‘Ik ben ook sinds kort alleen,’ zei hij bij wijze van troost, ‘Ik moet er nog aan wennen.’
‘Wat is jouw verhaal?’ vroeg ze. Ze had wel zin in praten. Vanavond ging ze sowieso nergens heen.
‘Ik veronderstel dat het allemaal mijn schuld is,’ biechtte hij op, ‘Mijn vrouw en ik, we werden beschouwd als het perfecte paar. Ik hield oprecht veel van haar, maar ik miste iets. Ik had het gevoel dat we rondjes draaiden in de tredmolen van ons kleine leven. Ik was nieuwsgierig naar wat er zich in de rest van de wereld afspeelde.’
Hij pauzeerde even en liet een vloed van emoties over zich heen gaan.
‘Jammer genoeg deelde mijn vrouw dat gevoel niet,’ ging hij verder, ‘Ze hield van een bestaan zonder uitdagingen, beweerde ze. We hadden een fikse ruzie hier in deze wasserette. Zij ging boos naar huis; ik bleef achter. En nu zit ik hier alleen; zo had ik het me niet voorgesteld.’
‘Het spijt me dat te horen,’ zei de vrouw meevoelend, ‘Bij mij ging het anders. De liefde van mijn leven heeft me hier zomaar, zonder een woord te zeggen, achtergelaten. Ik wacht nog steeds tot hij terugkomt, maar ik vrees dat het een verloren zaak is. Ik denk dat hij niet meer van me houdt sinds ik dit litteken opliep.’
Gegeneerd gaf ze de achterkant van haar been bloot en toonde de weefselschade van haar zijdezachte ebbenhuid.
'Laat niemand je vertellen dat je niet mooi bent,' verzekerde hij haar, ‘Ik weet dat ik er maar kort, wit en gewoon uitzie; ik weet dat we elkaar nog maar net hebben ontmoet, maar geloof me: je bent prachtig! Wees niet beschaamd; draag je litteken met trots!'

Het was het begin van een mooie relatie. Ze woonden vele maanden samen in de wasserette... tot de eigenaar van hun nieuwe woonst uiteindelijk besloot om de kast met verloren voorwerpen op te ruimen. Wist hij veel dat die ordinaire witte sok en die zwarte, geladderde nylonkous een paar waren geworden.

24 APRIL

Opdracht: De tijdreis

Het verleden heeft iets magisch. Misschien doordat het onmogelijk is door de tijd te reizen en het verleden te onderzoeken. De geschiedenis is natuurlijk nooit precies zoals het in de boeken staat, want boeken (ook non-fictie) hebben altijd iets subjectiefs, worden altijd met een bepaalde bril op geschreven.

Deze keer heb jij de bril op. Je hebt een tijdreismachine uitgevonden en mag kiezen waar je naartoe gaat. Schrijf een verhaal van 300 woorden waarin je terug in de tijd reist en een belangrijke historische gebeurtenis bijwoont.

Inzending: Enkele reis

Mijn hand beeft wanneer ik de datum en de locatie instel. Het is een prachtig toestel geworden, een vernuftige combinatie van techniek en design, al zeg ik het zelf. De glanzende romp van de schotel lijkt wel buitenaards. Dit magnifieke prototype is de vrucht van jarenlange, eenzame research. Ik heb er dag en nacht aan gewerkt, en nu is ze eindelijk klaar: mijn teletijdmachine.

Voor mijn eerste testvlucht heb ik een afgelegen plaatsje in de woestijn gekozen en een tijd waarin de mensen nog goedgelovig zijn. Als het misgaat en ik word ontdekt, dan praat ik me er wel uit. Ik maak de mensen wijs dat ik een alien ben, afkomstig van een verre planeet waar de beschaving al veel verder staat. Dan doen ze me vast geen kwaad, enerzijds in de hoop dat ik mijn superieure technologie met hen wil delen, anderzijds uit vrees dat ik die anders tegen hen zou gebruiken.

Ik controleer nog even mijn bestemming voor ik op “GO” druk: 14 juni 1947, Roswell, New Mexico.