Laten we het eens over petten hebben, meer bepaald over mensen die het nodig vinden binnenshuis een pet te dragen, niet alleen thuis, maar ook op school in de klas, op het werk achter een loket, en zo voort.

  • Soms heeft een mens een goede reden om dat te doen. Mijn zoon droeg bijvoorbeeld een pet op school toen hij nog kaal was ten gevolge van zijn vele chemokuren. Die pet zorgde ervoor dat hij het niet koud had in de klas. Wie dat niet begrijpt, kan niet op mijn begrip rekenen.
  • Soms is het gewoonweg stom. Ik kan perfect leerkrachten begrijpen die aan leerlingen vragen om hun pet af te zetten in de klas, of werkgevers die hun werknemers vragen hun pet aan de kapstok te hangen wanneer ze het kantoor binnenkomen.

Zelf til ik daar niet zo zwaar aan. Het staat iedereen vrij zich belachelijk te maken, denk ik dan. Als iemand het nodig vind binnenshuis een pet te dragen, dan mag dat voor mijn part. Hou er wel rekening mee dat ik er misschien grapjes over zal maken. Ik heb recht op mijn opinie dat binnenhuis een pet dragen (of een zonnebril, of visserslaarzen...), komisch overkomt.

Ik ben dus redelijk tolerant wat petten betreft, maar dat betekent niet dat ik geen uitzonderingen maak. Als het om een gewone pet gaat, bijvoorbeeld zo'n exemplaar met de letters NY die je als souvenir uit New York meebracht, dan zie ik daar geen graten in. Als je echter zo'n rode pet draagt met de witte letters MAGA, dan vind ik dat minder leuk. Zo'n pet staat immers symbool voor een ideologie die volgens mij intolerant is, die het niet nauw neemt met de democratie, die neerbuigend doet ten opzichte van verschillende lagen van de bevolking.

Nee, als je zo'n rode MAGA-pet draagt, dan ontvang ik je liever niet bij mij thuis. Als ik door iemand met zo'n pet bediend zou worden aan een loket van een overheidsdienst, dan zou ik mij daar ongemakkelijk bij voelen, hoe goed ik misschien ook geholpen word.

Nochtans weet ik dat wie zo'n pet draagt ook maar een mens is. Ik ken persoonlijk mensen die zo'n MAGA-pet in huis hebben. Hoewel het niet mijn vrienden zijn, kan ik wel met hen overweg. Ze dragen die pet dan ook niet in mijn bijzijn. Bovendien is het niet omdat ze zo'n pet dragen dat ze ook automatisch achter alle standpunten van de Trump-ideologie staan.

Toch vind ik dat ze een fout maken. Door zo'n pet te dragen, maken ze immers—of ze dat nu bewust doen of niet—propaganda voor het Trumpisme. Dat mogen ze voor mijn part doen in hun eigen huis of op een Trump-rally, maar ik vind dat niet gepast in een klaslokaal, achter een overheidsloket, of bij mij thuis. Daar ben ik niet van die propaganda gediend.

Laten we het nu eens over de hijab hebben die momenteel de publieke opinie verdeelt.

  • Aan de ene kant heb je mensen die een hoofddoek beschouwen als een kledingsstuk waarmee expressie gegeven wordt aan de eigen identiteit. Zo'n hoofddoek is volgens die mensen de manier waarop de drager uitdrukking geeft aan de persoonlijke geloofsovertuiging. Deze groep mensen snapt niet waarom dat verboden zou moeten worden. Iedereen moet het recht hebben zichzelf te zijn, toch?
  • Aan de andere kant heb je mensen die in een hoofddoek een symbool zien. Dat symbool staat voor een ideologie die intolerant is (bijvoorbeeld ten opzichte van homo's), die het niet nauw neemt met de democratie (twee op drie moslims stellen de Koran boven de wet), en die neerbuigend doet ten opzichte van bepaalde lagen van de bevolking (vrouwen krijgen niet zoveel vrijheid als mannen).

Ik wil graag geloven dat niet iedereen die een hoofddoek draagt volledig achter die ideologie staat. Er zijn vast veel vrouwen die een hoofddoek dragen en die niet tegen homo's zijn, die zich niet tegen de splitsing van kerk en staat verzetten, en die niet akkoord gaan met de onderdrukking van hun sekse. Alleen kan ik dat niet zeker weten als ik tegenover iemand sta met een hoofddoek aan. Op dat moment word ik als burger aan een loket van een overheidsdienst met een dilemma geconfronteerd: Should I stay or should I go?

  • Als ik iemand tegenover me heb die een hoofddoek draagt om expressie te geven aan een persoonlijke geloofsovertuiging, dan hoef ik niet te vrezen slecht behandeld te worden.
  • Als ik echter iemand tegenover me heb die mij haat omdat ik atheïst ben, of omdat ik soms varkensvlees eet, of omdat mijn vrouw zelfstandig is en geen hoofddoek draagt, of omwille van eender welke regel ik overtreed volgens een ideologie die de mijne niet is, dan zou ik beter aan een ander loket gaan aanschuiven.

Hoe los ik dat dilemma op?

Er is eigenlijk maar één manier om zeker te zijn of een hoofddoek enkel gedragen wordt als religieus hoofddeksel, dan wel als propagandamiddel ter meerdere eer en glorie van een ideologie die me veroordeelt om wie ik ben. Ik zou beleefd aan de persoon tegenover me kunnen vragen om even de hoofddoek af te leggen uit respect voor mijn gevoeligheden. Identiteit is een taai iets; je verliest je identiteit niet zomaar als je een kledingsstuk aflegt. Verder is er bij mijn weten geen enkele godheid die mensen doodbliksemt als het afgelegde kledingstuk om religieuze redenen gedragen werd. Een loketbediende zal er niet aan sterven als ze even haar hoofddoek achterwege laat—tenzij ze erom vermoord wordt, maar dat gebeurt enkel in een maatschappij waar barbaren de plak zwaaien.

Zo'n vriendelijk verzoek zou dus moeten kunnen. Maar wat als het radicaal geweigerd wordt? Wat als de hoofddoekdraagster mij uitscheldt voor racist? Huidskleur of enig ander bij de geboorte gedetermineerd kenmerk heeft niets met het dragen van een hoofddoek te maken; toch halen bepaalde mensen het vaak als een soort stokpaardje boven in het debat. Wat als de persoon tegenover me plots agressief gedrag vertoont? Dat verwacht je eerder van een MAGA-petjesdrager, maar mensen die zonder argumenten vallen, resorteren niet zelden tot—minstens verbaal—geweld. Wil ik wel de proef op de som nemen? Wil ik als burger het risico lopen dat zo'n confrontatie uit de hand loopt? Natuurlijk niet!

Volgens mij bestaat er een veel betere oplossing waarover misschien wel consensus mogelijk is. Laat in schoolreglementen en arbeidscontracten inschrijven dat elke leerling / werknemer het recht heeft om religieuze symbolen te dragen zolang dit de hygiëne en de veiligheid niet in het gedrang brengt, maar dat elke leerling / werknemer ook de plicht heeft die religieuze symbolen af te nemen als de school / werkgever daarom verzoekt. Zo kan een school / werkgever de garantie geven aan de andere leerlingen / burgers dat er zich achter het symbool geen radicaal verschuilt.

Als de overheid echt kinderachtig wil doen, dan kan de naleving van zo'n clausule verzekerd worden door praktijktesten. Net zoals de huidige meerderheid het blijkbaar een goed idee vindt om fake sollicities uit te sturen om te testen of bedrijven discrimineren op afkomst of huidskleur, zou de overheid inspecteurs op pad kunnen sturen naar scholen en overheidsdiensten met de vraag aan leerlingen / werknemers om het religieuze symbool tijdelijk af te leggen. Als dit verzoek geweigerd wordt, dan zal dat een duidelijke overtreding zijn van het schoolreglement / arbeidscontract, en dan kunnen daar consequenties aan vasthangen. Ik ben daar geen fan van. Zo'n praktijktesten vind ik kinderachtig, maar dat vind ik ook van het hele hoofddoekendebat.

Het voordeel van de oplossing die ik voorstel, is dat er eindelijk duidelijkheid mogelijk is. In veel scholen en overheidsdiensten zal niemand eraan twijfelen dat de hoofddoek van een vertrouwde student / werknemer louter een uiting is van een religieuze overtuiging. Echter, daar waar er een vermoeden bestaat dat het kledingsstuk gebruikt wordt als propagandamiddel voor standpunten die niet thuishoren in onze seculiere maatschappij, wordt er dankzij mijn voorstel een kader voorzien dat toelaat het vermoeden te bevestigen of ontkrachten.

Dan hoeven we er tenminste niet eindeloos over te blijven zeveren.