Nee, dit is geen blogpost over prof. Etienne Vermeersch, wel een hommage aan zijn familienaamgenoot, prof. Charles Vermeersch. Tijdens de opname van een podcast in de reeks Stappen met Stijn, vroeg Stijn Staes me waarom ik weinig interesse aan de dag leg om de toekomst te kennen (43:07).

Podcast Stappen met Stijn: Bruno Lowagie

Zijn vraag deed me denken aan twee architectuuraxioma's die prof. Charles Vermeersch de verzamelde groep studenten van het eerste jaar burgerlijk ingenieur enigszins provocerend voor de voeten gooide bij de voorstelling van de vakgroep architectuur en stedenbouw.

Hoewel dit ondertussen meer dan 33 jaar geleden is (ik startte mijn ingenieursstudies in 1988), weet ik nog exact wat die postulaten waren. Welke uitleg prof. Vermeersch erbij gaf, dat ben ik vergeten, want ik heb er over de jaren heen mijn eigen interpretatie aan gegeven

Axioma 1: De kortste weg tussen twee punten is nooit een rechte lijn

Er kwam meteen protest vanuit zaal A in de Plateaustraat: "Dat klopt toch niet! De korste afstand tussen twee lijnen is toch altijd een rechte lijn?"

"Je moet beter luisteren," antwoordde prof. Vermeersch. "De weg is niet hetzelfde als de afstand."

Ik weet niet meer welk voorbeeld hij gaf, maar als ik zijn axioma vandaag uitleg, dan verwijs ik zelf meestal naar twee snelwegen in Californië.

Als je van San Francisco naar San Diego wil rijden (of omgekeerd), dan kan je daarvoor Highway 101 nemen en dan ga je in een tamelijk rechte lijn van punt A naar punt B:

Highway 101: San Francisco - San Diego

Dat is echter een zeer saaie route. Op den duur weet je niet meer waar je je bevindt, want je komt langs de weg altijd dezelfde gebouwen tegen: Bed, Bath & Beyond, Best Buy, McDonald's, Home Depot, Lowe's, en zo voort.

Je kan ook Highway 1 nemen, ook wel eens de scenic route genoemd, die de kustlijn van de Pacific volgt.

Highway 101: San Francisco - San Diego

Die weg is meer dan 80 mijl (ongeveer 130 kilometer) langer en je hebt er een dikke twee uur meer voor nodig, maar het landschap is prachtig. Ik diep even een paar foto's op uit mijn archief ter illustratie.

Montana de Oro
Jago & Bruno, Montana de Oro, 2013

Garrapata
Inigo, Garrapata, 2018

Als je de kortste afstand tussen San Francisco en San Diego wil, dan neem je best de 101 (als er geen file is). Toch raad ik ten zeerste aan om af en toe een stukje van Highway 1 te nemen als je die afstand met de wagen wil afleggen. Je zal je minder vervelen en daardoor zal de weg gevoelsmatig (subjectief) korter lijken, zelfs al is de afstand en de tijd die je ervoor nodig hebt (objectief, als je op de kaart en de klok kijkt) langer.

Als ik me niet vergis, verwees prof. Vermeersch later (in zijn lessen) naar Henri Bergson die ons het onderscheid leerde maken tussen "le temps" (de tijd) en "la durée" (de duur). Als je een uur moet wachten in de wachtzaal van een dokter en daarna een uur op café zit met een goede vriend, dan heb je evenveel tijd doorgebracht in die wachtzaal als op café, maar de kans is groot dat het uur op café voorbij vloog, terwijl dat uur in de wachtzaal traag vooruitkroop.

Er is ook een tweede interpretatie mogelijk van dit axioma. Als je aan een project begint, dan heb je meestal een duidelijk doel voor ogen. Je bevindt je op punt A en het doel is om punt B te bereiken. Echter, of het nu om de implementatie van software gaat of over een bouwproject: in de praktijk is het onmogelijk om in een rechte lijn van punt A naar punt B te gaan, hoe graag je dat ook zou willen. Je mag nog zo'n goede softwareontwikkelaar zijn, je botst tijdens het programmeren altijd op onvoorziene problemen die je dwingen hier en daar een omweg te nemen. Hetzelfde geldt op een bouwwerf. Materiaal dat niet op tijd geleverd geraakt of een aannemer die een deadline niet haalt... Er is altijd wel iets dat je tot bochtenwerk dwingt.

Bij het bepalen van een deadline ga ik altijd eerst uit van de tijd die objectief gezien nodig is om in een rechte lijn van punt A naar punt B te geraken, maar uit ervaring voeg ik er altijd een subjectieve component aan toe omdat ik weet dat die rechte lijn niet mogelijk is, en soms ook zelfs niet wenselijk.

Dat brengt ons bij het tweede axioma.

Axioma 2: Een plan is niet bedoeld om uitgevoerd te worden

Hier gingen vooral de architectuurstudenten van steigeren. Als een plan niet bedoeld is om uitgevoerd te worden, wat zitten we hier dan te doen? Waarom zouden we vijf jaar van ons leven besteden om te leren hoe we een plan moeten tekenen als zo'n plan toch nooit uitgevoerd wordt?

Uiteraard was dat een zeer enge interpretatie van wat prof. Vermeersch ons duidelijk wilde maken. Ik herinner me nog uit zijn lessen dat hij aanraadde om onszelf altijd drie vragen te stellen vooraleer aan een project te beginnen:

  • Wat willen we doen? (Wat wil de klant?)
  • Wat kunnen we doen? (Wat is theoretisch haalbaar?)
  • Wat zullen we doen? (Wat gaan we praktisch doen?)

Een goed plan maken is heel belangrijk. Goed nadenken (en communiceren!) over bovenstaande vragen, verhoogt je kansen om een goed resultaat neer te zetten.

Echter, het eindresultaat is zelden een identieke weergave van wat op het oorspronkelijke plan werd uitgetekend. Tijdens de uitvoering van het plan kom je immers, dankzij voortschrijdend inzicht, tot ontdekkingen die je doen beseffen dat je het plan hier en daar moet wijzigen.

Als je het oorspronkelijke plan tot op de letter uitvoert, dan eindig je vaak met een resultaat dat niet bruikbaar is, omdat je inzichten negeerde die een verbetering van het ontwerp waren geweest. Je moet er rekening mee houden dat de praktijk in theorie gelijk is aan de theorie, maar dat de praktijk soms het tegendeel bewijst. Je moet ten allen tijde bereid zijn je plan aan te passen aan de realiteit. Dat is vaak gemakkelijker gezegd dan gedaan. Soms moet je van gedacht veranderen over iets waar je voorheen rotsvast van overtuigd was. Het vergt moed toe te geven dat je je vergiste en dat je je plannen moet omgooien. Het stomste wat je in zo'n geval kan doen, is je vastklampen aan je ego.

Wat prof. Vermeersch met zijn tweede axioma bedoelde, was dat een plan nooit absoluut is. Een mooi voorbeeld van die stelling is onze wetgeving. Veel mensen denken (volgens mij onterecht) dat wetten absoluut zijn: "Dura lex, sed lex. Als het zo in de wet staat en je doet het anders, dan ben je schuldig."

Maar als dat waar was, dan zouden we geen rechters nodig hebben, dan zou een computer bij elk dispuut kunnen beslissen wie gelijk heeft en wie niet. Als Star Trekfan citeer ik wat dit betreft graag kapitein Jean-Luc Picard: "There can be no justice, so long as laws are absolute. Life itself is an exercise in exceptions" (ST:TNG season 1; episode 8, "Justice").

We maken plannen (en wetten) om het leven leefbaar te maken (en leefbaar te houden), maar het leven zelf zit vol met uitzonderingen (en verrassingen), dus moeten we erover waken geen plannen (of wetten) te maken die absoluut zijn. Plannen en wetten hebben met elkaar gemeen dat ze (zouden moeten) veranderen onder veranderende omstandigheden. Context is ook van groot belang.

Ik vond dit twee wijze axioma's van prof. Vermeersch; "wijs" zowel in de Nederlandse als in de Gentse betekenis. Ik betreur het dat ik de man nooit heb kunnen bedanken voor wat ik aan zijn lessen heb gehad.

Ik betreur het ook dat dergelijke wijsheden vandaag de dag meer en meer plaats moeten ruimen voor contextloze wetenschappelijke zekerheden. We worden om de oren geslagen met de slogan: "We moeten luisteren naar de wetenschap!"

Ik vind dat op zich geen slechte slogan. Echter, in de praktijk lijkt de slogan erop neer te komen dat we moeten luisteren naar academici. Helaas, net zoals de beste stuurlui staan die vooral te roepen aan de wal. Dat vind ik niet wijs. Ze bewijzen er de wetenschap geen dienst mee.

"Durf te denken" is een veel mooiere slogan.