Ik heb als innovator en als technische mens in hart en nieren zelden zoveel plaatsvervangende schaamte voor de IT-sector gevoeld als na het lezen van het artikel Zwangere Guy hapert in virtuele AB (De Tijd, 14 april). Het virtuele concert dat verkocht werd als een primeur in de entertainmentsector viel in het water door het gebruik van technologie die niet meer van deze eeuw was, zowel aan de kant van de client als aan de kant van de server —als ik dat woord nog mag gebruiken; tegenwoordig zit alles toch in de Cloud?

Mensen die het concert wilden volgen moesten software installeren die zo zwaar was dat zelfs een MacBook Air van een paar jaar oud niet voldeed aan de technische vereisten. Nochtans bestaat er openbronsoftware, JavaFX, die perfect de grafische noden van zo’n virtueel concert aankan. Bovendien is het mogelijk om met de recente GraalVM technologie (waarvan de community edition gesponsord wordt door bedrijven zoals Oracle, Amazon, Red Hat, Twitter, Alibaba…) JavaFX applicaties te bouwen die op elk platform (iPhone, Android, Windows, macOS, Linux,…) werken alsof ze speciaal voor dat platform geschreven werden. Wat weinig mensen weten is dat JavaFX en de belangrijkste implementatie van GraalVM, Gluon Substrate, voor een groot deel in België wordt ontwikkeld door het Leuvense bedrijf Gluon Software.

Ik kon mijn ogen niet geloven toen ik las dat de servers van Yabal, het Duitse gamingbedrijf dat werd ingeschakeld om het concert te streamen, gecrasht waren. Blijkbaar vond er een distributed-denial-of-service (DDoS) aanval plaats op de Yabalservers, waardoor die overladen werden met spam. Ik vind het hoogst merkwaardig dat een gamingbedrijf zich enerzijds niet kan voorbereiden op piekgebruik en anderzijds niet weet hoe een DDoS-aanval gepareerd kan worden. Tegenwoordig staat de meeste schaalbare software achter een elastic load balancer die een server toevoegt zodra de belasting bv op 75% komt. Daarnaast bestaat er software zoals Cloudlink van het reeds vermelde bedrijf Gluon Software die perfect in staat is de belasting te monitoren en bij te sturen waar nodig.

Volgens mij is het kernprobleem van deze miskraam niet het feit dat het een eerste poging was, maar wel dat er vooral veel aandacht besteed werd aan iets dat er cool uitzag en een pak minder aan de onderliggende kwaliteit en duurzaamheid van de technologie.

Het gevolg is dat de —allicht niet geringe— kost om iets nice & hip te maken, zoals bijvoorbeeld het in 3D nabouwen van de Ancienne Belgique, voor een groot stuk verloren ging omdat er niet voldoende oog was voor dat gedeelte van het project waar de eindgebruiker in normaal gezien niet rechtstreeks aan blootgesteld wordt —als alles correct werkt tenminste.

Mijn hart bloedt wanneer ik zie dat er voor dergelijke initiatieven vaak gekozen wordt voor bedrijven die zichzelf innovatief noemen maar het —alvast op technologisch vlak— niet zijn. Er bestaan bedrijven die hun tijd ver vooruit zijn op het gebied van deep tech, maar die verkopen zichzelf niet altijd als dusdanig. Daardoor worden ze over het hoofd gezien.

Dat is een gemiste kans.