Ik ontdekte onlangs de web site schrijvenonline.org waar elke week een schrijfopdracht gegeven wordt door divers schrijfcoaches. Aangezien ik me weer op het schrijven gesmeten heb, dacht ik: die opdrachtjes zijn ideaal om de schrijfspieren te oefenen. Ik ga proberen elke week een eigen invulling te geven aan de opdracht.

Dit zijn alvast mijn inzendingen voor de afgelopen drie weken:

5 december

Opdracht:

De winter vormt al eeuwenlang de inspiratie voor sprookjes, legenden en vertellingen. Zo zijn er (angstaanjagende) personages als de Yule cat uit Ijsland, Krampus, Jack Frost, de heks Befana uit Italië en de kerstkabouter Tomte uit de Scandinavische landen. Schrijf een sprookje van 600 woorden over een van jouw favoriete sprookjespersonen, in winterse sferen.

Inzending: De ijsvorst

Er groeiden ijsbloemen op het venster van de zolderslaapkamer.
"Die kunnen we niet plukken,” vertelde Helena aan Meneer Konijn. “En zelfs al zouden we ze kunnen plukken, dan nog mocht het niet. De ijsvorst zou ons komen halen en ons opsluiten in zijn paleis.”
Meneer Konijn luisterde maar met een half oor. Hij had honger. Hij wilde ontbijten.
"Moet dat nu meteen?” zeurde Helena zachtjes, “Het is zo lekker warm onder mijn deken!” Maar Meneer Konijn drong aan en Helena voelde een plas opkomen.

Het geklater van haar water was het enige geluid in het boshuisje. Vader en moeder waren voor het krieken van de dag vertrokken. Tijdens de kerstvakantie bleef Helena alleen thuis terwijl haar ouders uit werken waren. Helena vond dat niet erg. Ze was al een grote meid.

Aan de keukentafel smeerde Helena een boterham. Ze sneed er de korstjes af voor Meneer Konijn. Meneer Konijn at dat graag. Het was ook goed voor zijn tandjes, zo maakte ze vader en moeder graag wijs.
Na het ontbijt keken ze samen in een groot prentenboek vol sprookjes. Helena vertelde wat ze zag en hij luisterde alsof hij het verhaal voor het eerst hoorde, al kende hij elk woord. Daarna maakten ze samen een tekening.

‘s Middags zette Helena een kommetje soep op het kolenfornuis voor zichzelf; ze serveerde een wortel voor Meneer Konijn. Door het keukenraam zag ze hoe het buiten begon het te sneeuwen.
"Kijk, Meneer Konijn!” jubelde ze, “De tuin en de vijver krijgen een sneeuwtapijt! Wat zou het leuk zijn nu buiten te spelen!”
Ze zuchtte: “Maar dat mag niet, want het is te gevaarlijk. De ijsvorst zou ons komen halen en ons opsluiten in zijn paleis.”

Meneer Konijn geloofde haar niet. Volgens hem bestond de ijsvorst niet. Het was een verhaaltje dat ouders hun kinderen vertelden om ze binnen te houden. Waarom zouden ze niet mogen buiten spelen? Als ze zich maar goed induffelden met een sjaal, een muts, wanten en een dikke jas, dan kon er toch niets misgaan?

Helena twijfelde en tuurde door het keukenraam.
“Kijk,” fluisterde ze plots, “Was dat daar een konijntje dat voorbijhuppelde in de sneeuw?”
Zie je wel, snoof Meneer Konijn: konijntjes zijn niet bang van de ijsvorst, waarom zouden wij dat zijn? Kom, laten we buiten spelen!

“Eet eerst je wortel op,” zei Helena, “Als mijn soep op is, denk ik er nog even over na.”

***

De deur van het boshuisje stond open toen vader en moeder ’s avonds thuiskwamen van hun werk.
“Helena,” riep moeder in paniek uit, en ze haastte zich naar de kamer van haar dochter.
“Waar is Helena?” huilde ze vader een paar tellen later toe, “Ze is nergens te vinden in huis.”

Vader ontstak de lichten in de tuin en speurde angstig in het rond. Plots viel zijn oog op Meneer Konijn. Die zat bij de bevroren vijver in de kou.
“Nee, dat kan niet waar zijn!” vloekte vader.
Hij nam een grote sneeuwschop, liep naar de vijver en begon de sneeuw van het bevroren oppervlak weg te scheppen terwijl moeder bang bijlichtte.
“Daar is ze,” zei vader verslagen. In het licht van hun zaklamp keek hun dochter hen aan. De ijsvorst was haar komen halen en had haar opgesloten in zijn paleis. Ze was zijn prinsesje nu, een bloemetje onder een spiegel van ijs.

12 december

Opdracht:

De bekende roman Pride and Prejudicie van Jane Austen (uitgegeven in 1813) gaat over hoe trots en vooroordeel inwerken op de liefde. Het verhaal speelt zich af rond de eeuwwisseling van de achttiende en negentiende eeuw. Het boek is verschillende maken verfilmd. Het thema ‘Trots en vooroordeel’ is nog steeds actueel.

Schrijf een verhaal (van niet meer dan 300 woorden) waarin trots en vooroordeel een eigentijdse rol spelen.

Inzending: Mismatch

- Ik ben een reiziger in een wereld vol toeristen.

De nogal ongewone introductie verraste Marieke. Ze wist even niet wat te antwoorden.

- Het verschil zit hem in de bagage. Waar een toerist ook gaat, hij neemt altijd zijn trots en vooroordelen mee. Een reiziger reist licht. Hij heeft een open geest en staat open voor nieuwe ervaringen.

Het klonk ingestudeerd, maar je zag dat hij het meende.

- Een toerist klaagt als het hotel er niet uitziet zoals geadverteerd, als het weer niet is zoals verwacht, als er afgeweken wordt van het vooraf uitgestippelde pad…

- Ha, het lijkt wel alsof je mijn ouders kent. Zij sleurden mijn broer, mijn zus en mij elke zomer mee met de caravan. Mijn moeder nam voor een week aardappelen en soep mee. Mijn vader ging nooit op reis zonder een krat bier in de koffer. En o wee als ons vaste plaatsje op de camping bezet was!

Marieke giechelde terwijl ze die herinnering ophaalde, maar het lachen verging haar toen ze de uitdrukking van afkeer op zijn gezicht zag.

- Een reiziger plant nooit ver vooruit, want hij weet dat hij te allen tijde zijn plannen moet kunnen aanpassen afhankelijk van wat er op zijn pad verschijnt.

Daar zit een grond van waarheid in, dacht Marieke, maar de stelligheid waarmee hij zijn overtuiging poneerde, deed haar op haar stoel ineenkrimpen.

***

Na wat een eeuwigheid van stilzwijgen leek, weerklonk de gong.

- Dames, heren, tijd voor de volgende speeddate! Heren, gelieve één plaatsje op te schuiven naar het volgend tafeltje.

Marieke was maar wat blij toen er een andere man voor haar kwam zitten. Ze hield haar blik van het volgende tafeltje afgewend, maar ongewild hoorde ze hoe de conversatie naast haar begon:

- Ik ben een reiziger in een wereld vol toeristen.

19 december

Opdracht:

Ebenezer Scrooge is de hoofdpersoon uit het wereldberoemde 'A Christmas Carol' van Charles Dickens. Scrooge is de vrekkige hoofdpersoon die op kerstavond de mogelijkheid krijgt om zijn leven te beteren. Laat je inspireren door Dickens en schrijf een klassiek of eigentijds verhaal rond het thema 'gierigheid' in max. 500 woorden.

Inzending: De vrekkige vriend

Hij was mijn beste vriend. Hij was mijn slechtste vriend. Hij was mijn rijkste vriend. Hij was mijn armste vriend. We beleefden goede dagen. We beleefden slechte dagen. We zouden voor altijd vrienden blijven. We zouden elkaars grootste rivalen worden.

Kort gezegd: onze vriendschapsrelatie was er één van liefde en van haat.
"Bestaan er dan ook andere?" vroeg hij me ooit.

Als kind woonden we in dezelfde straat aan de rand van het dorp. Mijn vader voerde ons ’s morgens naar school; mijn moeder wachtte ons in de vroege namiddag op aan de schoolpoort. Samen stapten we vrolijk naar huis waar mijn moeder een vieruurtje voor ons klaar zette. Na ons huiswerk gingen we meestal buiten ravotten. We waren al jaren bevriend toen hij me voor het eerst vroeg of ik eens bij hem thuis wilde komen spelen. Ik was voorheen nooit verder geraakt dan de hal van de statige villa die door een hoge haag van de straat werd gescheiden, maar die dag leidde hij me rond door het hele huis.

In de keuken vonden we frisdrank en chips, die we meenamen naar wat hij de speelkamer noemde. Daar stond de reden waarom hij me had uitgenodigd: een spelconsole die hij van zijn rijke suikeroom had gekregen. Het waren de vroege jaren negentig, en hij was de eerste van de klas die zo’n toestel in huis had. Trots toonde hij hoe hij met Sonic, een egel, ringen verzamelde en obstakels vermeed.

"Probeer ook eens," spoorde hij me aan, en ik nam voorzichtig de controller in handen. Ik drukte lukraak op wat knopjes waardoor de egel vooruitliep en sprong, maar ik bakte er niets van. In geen tijd was het beestje dood.
Ik probeerde opnieuw, maar mijn vriend werd ongeduldig door mijn geklungel. Hij rukte hardhandig het bakje uit mijn handen en stootte daarbij de fles frisdrank om over de console. We hoorden een kort elektrisch gesis en plots was het beeld weg.
Nog dezelfde avond kwamen zijn ouders bij mijn ouders op bezoek. Ze eisten volledige terugbetaling van het toestel. Mijn vader weigerde.
"Mijn zoon heeft uitgelegd wat er gebeurd is," argumenteerde hij, "Het gaat hier duidelijk om een ongelukje van spelende kinderen, en als er één van de kinderen schuld treft, dan is het jullie zoon wel. Regel het maar met jullie verzekering."
Het kwam tot een fikse ruzie waarbij harde woorden niet geschuwd werden. Hoe mijn vriend jarenlang geprofiteerd had van onze gastvrijheid zonder dat daar ooit maar een bedankje voor af kon. Hoe zijn ouders de gierigste mensen waren van het dorp.
Vanaf die dag mocht hij mijn vriend niet meer zijn. Voortaan bracht zijn moeder hem naar school en moest hij in de avondopvang blijven. Ik wilde nog wel met hem spelen op school, maar hij kon niet: zijn ouders hadden hem verboden nog met mij te praten.

We verloren elkaar na de lagere school uit het oog tot een ongelofelijk toeval onze paden weer deed kruisen. Toen ik universitaire studies begon, ging ik in de stad op kamers. Daar liep ik hem in de gang tegen het lijf. Er waren drie nieuwkomers in ons gebouw: hij, ik, en Angela, een knappe studente waar we allebei op slag verliefd op werden. We werden opnieuw de beste vrienden en trokken er vijf jaar lang samen op uit. Angela wist dat we allebei een boontje voor haar hadden, maar hield bewust de boot af.
"Ik hou evenveel van jullie allebei," grapte ze altijd. Mijn vriend kwam duidelijk van een rijke familie, en daar had ze wel oog voor, maar ze lette ook op zijn kleine kantjes. Als er moest getrakteerd worden, had hij altijd toevallig zijn portefeuille niet bij. Hij dronk lustig de koffie die wij zetten, maar het ontbrak hem altijd net dat beetje tijd om voor ons te gaan winkelen als de koffie op was. We zagen dat soort dingen graag door de vingers. Alles voor de vriendschap!

***

Soms, vooral bij het ontwaken, net voor het opstaan, denk ik nog aan hem. Ik vraag mij af waar hij is, en of hij een gelukkig leven leidt. Het is vaak maar een vluchtige gedachte, want zodra het licht door de gordijnen begint te piepen, kijk ik naar de prachtvrouw die naast me ligt. En ik denk: "Ik heb het toch maar getroffen met Angela!"